Uitspraak
- de in deze zaak gegeven beschikking van 6 juni 2024 met alle daarin genoemde stukken;
- de tussenrapportage UHA vanuit de zorgaanbieder Sterk Huis van 29 juli 2024;
- het e-mailbericht met bijlagen van de bijzondere curator van 5 november 2024;
- de e-mailberichten van mevrouw [persoon 1] van [hulpverlening] van 29 november 2024 en 3 december 2024;
- het F9-formulier van mr. Hissink van 3 december 2024;
- het e-mailbericht van de griffier van deze rechtbank aan mr. Hissink, mr. Huseinovic, de bijzondere curator en Sterk Huis van 13 maart 2025;
- het e-mailbericht van mr. Hissink van 26 maart 2025;
- het e-mailbericht van mevrouw [persoon 2] van Sterk Huis van 8 april 2025;
- het e-mailbericht van de bijzondere curator van 16 april 2025;
- het e-mailbericht van mr. Huseinovic van 16 april 2025;
- het e-mailbericht van mr. Huseinovic van 30 juni 2025;
- het e-mailbericht van mr. Hissink van 30 juni 2025;
- de e-mailberichten van mevrouw [persoon 2] van Sterk Huis van 30 juni 2025;
- het e-mailbericht van de bijzondere curator van 1 juli 2025;
- het e-mailbericht van mevrouw [persoon 1] van [hulpverlening] van 19 augustus 2025;
- het e-mailbericht met bijlage van de bijzondere curator van 20 augustus 2025;
- het F9-formulier van mr. Hissink van 27 augustus 2025;
- het F9-formulier van mr. Huseinovic van 28 augustus 2025.
- de man, bijgestaan door mr. Huseinovic;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Hissink;
- de bijzondere curator;
- mevrouw [persoon 3] , als vertegenwoordigster van de Raad;
- mevrouw [persoon 2] en mevrouw [persoon 4] , medewerksters van Sterk Huis;
- mevrouw [persoon 5] , medewerkster van [hulpverlening] .
2.De nadere feiten
3.De verzoeken
- te bepalen dat hij vervangende toestemming krijgt voor de erkenning van [minderjarige] ;
- te bepalen dat hij tezamen met de vrouw wordt belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] ;
- vaststelling van een (opbouwende) omgangsregeling, waarbij wordt toegewerkt naar een regeling waarbij hij gerechtigd is tot omgang gedurende iedere week één dag na schooltijd tot en met 19.00 uur alsmede ieder weekend van vrijdag na schooltijd tot en met zondag 18.00 uur en de helft van de vakantie en feestdagen;
- vaststelling van een informatieregeling, waarbij hij maandelijks door de vrouw wordt geïnformeerd over [minderjarige] .
voorlopig en met ingang van 1 juni 2023ter hoogte van € 200,= per maand en
definitiefter hoogte van € 300,= per maand.
4.De beoordeling
na te melden pro forma datum, of zoveel eerder als mogelijk is, bij de rechtbank in te dienen. De procedure die dan verder gevolgd dient te worden in het kader van het UHA, is al uiteengezet in de in deze zaak gegeven beschikking van 6 juni 2024.
maandelijksinformeert over de medische ontwikkeling van [minderjarige] , zijn ontwikkeling op school, zijn sociale en cognitieve ontwikkeling en over belangrijke gebeurtenissen in het leven van [minderjarige] . Daarbij zal de vrouw ook een recente foto van [minderjarige] voegen. Nu de man zich, buiten de frequentie van de informatieregeling, niet heeft uitgelaten over de wijze van informeren, zal de rechtbank daarin het verzoek van de vrouw volgen. De vrouw zal de man, aanvankelijk en voorlopig via de advocaten, per e-mail informeren. Het is de man niet toegestaan om op de door hem verkregen informatie te reageren.
voorlopig karakter draagt, totdat partijen, bij het aangewezen hulpverleningstraject, tot definitieve afspraken zijn gekomen dan wel de rechtbank definitief op de verzoeken beslist.
5.De beslissing
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2016 te [geboorteplaats] ;
voorlopig, eenmaal per maand zal informeren over belangrijke gebeurtenissen rondom [minderjarige] op de wijze zoals is overwogen in rechtsoverweging 4.13;
1 mei 2026 PRO FORMA, in afwachting van rapportage van [hulpverlening] over het verloop en het resultaat van het (jeugd)hulpverleningstraject, zoals overwogen in rechtsoverweging 4.9;
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.