ECLI:NL:RBZWB:2025:7146

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
23 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/432994 / JE RK 25-468
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Gessel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling wegens stagnatie hulpverlening en verslechtering situatie minderjarige

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 3 oktober 2025 uitspraak gedaan in een zaak betreffende de ondertoezichtstelling (OTS) van een minderjarige. De ondertoezichtstelling was aanvankelijk ingesteld op 16 juni 2025 voor vier maanden, maar vanwege het uitblijven van een jeugdbeschermer en het ontbreken van aanmelding bij een hulpverleningsinstantie, is de situatie verslechterd. De minderjarige vertoont meer weerstand tegen de vader en er is stagnatie in de hulpverlening.

De gecertificeerde instelling (GI) is niet verschenen op de zitting, ondanks oproepen, en heeft niet tijdig een jeugdbeschermer aangewezen of een aanmelding bij De Gezinsmanager verzorgd. De ouders kunnen dit niet zelf regelen vanwege het gedwongen kader van de OTS. De moeder stemt in met verlenging van de OTS, gezien de complexe situatie en het belang van het kind. De vader ontkent het seksuele misbruik en benadrukt het belang van contactherstel.

De kinderrechter benadrukt dat de oorzaak van de problematiek primair bij de ouders ligt en dat hulpverlening zowel gericht moet zijn op de minderjarige als op verbetering van de communicatie tussen de ouders. De rechtbank verlengt de OTS voor twee maanden tot 16 december 2025 en stelt een nieuwe zitting in op 26 november 2025 om de voortgang te beoordelen. Tevens wordt van de GI verwacht dat zij direct de aanmelding bij De Gezinsmanager oppakt, zonder te wachten op een jeugdbeschermer.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 16 december 2025 met directe aanmelding bij De Gezinsmanager.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/432994 / JE RK 25-468
Datum uitspraak: 3 oktober 2025
Nadere beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
Zeeland-West-Brabant, locatie Breda,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. M.M.M. Heesmans te Roosendaal,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. D.C.M. Smeulders-Martens te Raamsdonkveer.
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
hierna te noemen de GI, locatie ’s-Hertogenbosch.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 16 juni 2025 en alle daarin vermelde stukken;
  • de brief van de GI van 17 september 2025;
  • de brief van mr. Heesmans van 24 september 2025;
  • de brief van mr. Heesmans van 25 september 2025;
  • de brief van de GI van 25 september 2025;
  • de brief van mr. Smeulders-Martens van 25 september 2025;
  • het bericht van de rechtbank aan de GI, de Raad en de advocaten van 30 september 2025;
  • de brief van de GI van 1 oktober 2025.
1.2.
De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 3 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad.
De GI is ondanks de correcte oproeping en dringend verzoek van de kinderrechter om op de zitting te verschijnen niet aanwezig geweest op de zitting.

2.De nadere beoordeling

2.1.
Bij beschikking van de kinderrechter van 16 juni 2025 is [minderjarige] onder toezicht gestelde van de GI met ingang van 16 juni 2025 tot 16 oktober 2025. De verdere behandeling van het verzoek van de Raad is daarbij aangehouden tot de zitting van 3 oktober 2025.
Het verzoek
2.2.
Aan de orde is het verzoek van de Raad om [minderjarige] onder toezicht te stellen tot 16 juni 2026 en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De standpunten
2.3.
De GI heeft per brief aangegeven dat er nog geen jeugdbeschermer of vast aanspreekpunt vanuit het PIT (Provinciaal Instroom Team) beschikbaar is. Er is alleen periodiek contact met beide ouders geweest. Er is nog geen aanmelding gedaan bij De Gezinsmanager. Dit kan pas bekeken worden als er een jeugdbeschermer betrokken is. De GI zal niet ter zitting verschijnen. Als de kinderrechter ter zitting en in de beschikking een uitspraak doet over de inzet van De Gezinsmanager zal de GI hiervoor een aanmelding doen.
2.4.
De moeder stemt in met de verdere ondertoezichtstelling voor de resterende duur van acht maanden. Het is namelijk gebleken dat het tussen de ouders in het vrijwillige kader niet lukt. Ze merkt dat er bij [minderjarige] inmiddels veel weerstand is. Bij [minderjarige] is sprake van een trauma, mogelijk mede door de scheiding van de ouders. Ze heeft de afgelopen periode alleen gesprekken gehad met schoolmaatschappelijk werk. [minderjarige] voelt zich niet gehoord. De moeder heeft de GI nodig om [minderjarige] te motiveren om een traject aan te gaan en om regie te voeren. Zij wil namelijk dit niet ten koste laten gaan van de vertrouwensband tussen haar en [minderjarige] . Het belang van [minderjarige] is leidend. Er moet gekeken worden naar wat zij nodig heeft. De moeder vreest dat als De Gezinsmanager weer gewoon moet starten, dit meer kwaad zal doen voor [minderjarige] . Dit is namelijk niet gericht op het seksueel misbruik, maar alleen op het contactherstel met de vader.
2.5.
De vader is ontstemd over het feit dat er nog geen verwijzing naar De Gezinsmanager is opgesteld en er nog geen jeugdbeschermer is aangesteld. Partijen hebben eerder een traject bij De Gezinsmanager gehad. Er hebben daar fijne contacten tussen [minderjarige] en de vader plaatsgevonden, maar nadat [minderjarige] weer bij de moeder was is het negatief geworden. Het is pijnlijk dat de moeder de vader als dader blijft bestempelen. De vader ontkent het gestelde seksuele misbruik en dit is ook nimmer vastgesteld. De vader realiseert zich dat er bij [minderjarige] sprake is van weerstand en dat er sprake is van een complexe situatie. De Gezinsmanager heeft echter de mogelijkheid het zorgvuldig aan te pakken. In de vorige beschikking is opgenomen dat het van belang is dat De Gezinsmanager betrokken blijft. De ernstige bedreiging bestaat juist uit het feit dat [minderjarige] al drie jaar geen contact heeft met de vader. De vader heeft enkele keren wanhopig telefonisch contact opgenomen met de GI, maar dat is het enige contact met de GI dat heeft plaatsgevonden. De vader heeft nog contact met De Gezinsmanager. Als er een verwijzing is, zouden ze niet eerst op de wachtlijst komen.
2.6.
De Raad heeft naar voren gebracht dat het zeer teleurstellend is dat de GI nog niet betrokken is. Bij het aanmeldteam van het PIT zou er juist een verwijzing opgesteld kunnen worden naar De Gezinsmanager. De Raad had graag gezien dat de GI op zitting hier meer uitleg over zou geven. De Raad merkt nog op dat [minderjarige] belast is door de situatie tussen de ouders. De GI moet regie gaan voeren, maar het werk ligt bij de ouders. Als je als ouders niet communiceert met elkaar, dan maak je het je kind heel moeilijk.
De beoordeling door de kinderrechter
2.7.
De situatie rondom [minderjarige] is onveranderd sinds de ondertoezichtstelling per 16 juni 2025. De ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige] is nog onverminderd aanwezig en het is duidelijk dat de (gezaghebbende) ouders onvoldoende in staat zijn deze bedreiging gezamenlijk weg te nemen. Het is daarom nog noodzakelijk dat [minderjarige] verder onder toezicht wordt gesteld.
2.8.
In de vorige beschikking van 16 juni 2025 is de ondertoezichtstelling uitgesproken voor slechts vier maanden om de vinger aan de pols te houden en zicht te blijven houden op welke stappen zijn gezet.
De kinderrechter vindt het onaanvaardbaar dat het de GI in de afgelopen vier maanden niet is gelukt een jeugdbeschermer aan de zaak te koppelen of zelfs maar te bekijken bij welke hulpverleningsinstantie [minderjarige] en de ouders aangemeld moeten worden.
In de vorige beschikking is niet voor niets nog aangegeven dat het gedwongen kader van de ondertoezichtstelling nodig is om de inzet van de benodigde hulpverlening te garanderen en te voorkomen dat het stagneert en dat het van belang is dat De Gezinsmanager betrokken blijft. De GI is nu onderdeel geworden van de stagnatie van de hulpverlening. De ouders kunnen zelf niet meer zorgen voor een aanmelding bij De Gezinsmanager; zij zijn daarvoor door de ondertoezichtstelling afhankelijk van de GI.
De situatie lijkt inmiddels verslechterd nu de weerstand van [minderjarige] groter is geworden doordat zij geen hulpverlening en begeleiding heeft gehad. De kans op een goede uitkomst wordt steeds kleiner naarmate de tijd verstrijkt. Het belang van [minderjarige] wordt daarmee ernstig geschaad.
2.9.
De kinderrechter wil daarbij, net als de Raad, wel ook benadrukken dat de oorzaak van de problematiek rondom [minderjarige] primair bij de ouders ligt en dat het aan de ouders is en blijft om stappen te zetten ter verbetering van de situatie voor [minderjarige] . Daarom is niet alleen hulpverlening en begeleiding nodig voor [minderjarige] en gericht op het contactherstel met de vader, maar ook op verbetering van de verstandhouding en communicatie tussen de ouders.
2.10.
Ondanks dringende oproepen van de kinderrechter was de GI niet aanwezig bij de mondelinge behandeling. Dit bemoeilijkt de beslissing van de kinderrechter en komt niet ten goede aan het vertrouwen van de ouders in de GI.
De GI heeft schriftelijk aan de rechtbank bericht dat als de kinderrechter ter zitting en in de beschikking een beslissing neemt over de inzet van De Gezinsmanager, de GI hiervoor een aanmelding zal doen. De kinderrechter acht dit bericht opmerkelijk. Het is immers de taak van de GI om te bepalen welke hulpverlening passend is en kan worden ingezet. Dit is niet aan de kinderrechter. De GI dwingt de kinderrechter er nu echter toe om hierover iets in de beslissing op te nemen.
2.11.
De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige] dat zij en de ouders door de GI per ommegaande worden aangemeld bij De Gezinsmanager. De kinderrechter heeft begrepen dat [minderjarige] een grote weerstand vertoont tegen het contact met de vader en dat er mogelijk bij haar meer speelt dan dit. De moeder heeft in dat kader haar twijfels geuit over een directe verwijzing naar De Gezinsmanager. Uit de afgelopen maanden is echter gebleken dat het uitstellen niets oplevert en alleen maar zorgt voor verslechtering van de situatie. De Gezinsmanager is een vertrouwde omgeving voor [minderjarige] , omdat daar eerder een hulpverleningstraject heeft gelopen. De Gezinsmanager is een professionele instantie, gericht op complexe gezinsvraagstukken. Zij hebben ook een kindbehartiger in dienst die met [minderjarige] aan de slag kan gaan om te kijken wat zij nodig heeft en, indien nodig, de GI kan adviseren als er voor haar meer nodig is dan dit traject. Met de aanmelding bij De Gezinsmanager kan er in ieder geval een stap worden gemaakt om de weerstand van [minderjarige] in beeld te krijgen en kunnen de mogelijkheden worden bekeken om te gaan werken aan contactherstel tussen [minderjarige] en vader. Zoals eerder aangegeven hoort daar ook een traject gericht op de verhouding tussen de ouders bij.
2.12.
De kinderrechter verwacht dat de aanmelding bij De Gezinsmanagerdirectdoor de GI wordt opgepakt en hiermee niet wordt afgewacht tot een tijdelijke of vaste jeugdbeschermer beschikbaar is.
2.13.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling verlengen voor de duur van twee maanden en het verzoek weer voor het overige aanhouden. De kinderrechter wil namelijk zicht blijven houden op de situatie. De ouders, de Raad en de GI worden oproepen voor de zitting op woensdag 26 november 2025 om 13.00 uur.
De kinderrechter geeft alvast uitdrukkelijk aan dat wordt verwacht dat er een vertegenwoordiger van de GI aanwezig is op deze zitting.
2.14.
De kinderrechter verzoekt aan de advocaten van de ouders om uiterlijk twee weken voor deze zitting aan de rechtbank te laten weten wat de stand van zaken is. Als De Gezinsmanager dan betrokken is, verneemt de kinderrechter graag de naam van de medewerker van De Gezinsmanager, zodat deze medewerker als informant kan worden opgeroepen voor de zitting. De kinderrechter vindt het namelijk van belang om meer zicht te krijgen op het verloop van de hulpverlening.
2.15.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

2.De beslissing

De kinderrechter:
2.1.
stelt [minderjarige] onder toezicht van Jeugdbescherming Brabant met ingang van 16 oktober 2025 tot 16 december 2025;
2.2.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
2.3.
houdt de behandeling van het resterende deel van het verzoek tot ondertoezichtstelling van [minderjarige] aan en roept de Raad, de GI en de ouders en hun advocaten op voor de zitting van mr. Van Gessel op
woensdag 26 november 2025 om 13.00 uur(duur: 45 minuten) in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
2.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting voor de Raad, de GI en de ouders en hun advocaten;
2.5.
verzoekt aan de advocaten van de vader en de moeder om uiterlijk twee weken voorafgaand aan deze zitting de kinderrechter schriftelijk op de hoogte te stellen van de stand van zaken en (indien mogelijk) de naam door te geven van de betrokken medewerker van De Gezinsmanager;
2.6.
verzoekt aan de griffier van de rechtbank om, als door de advocaten een naam van de medewerker van De Gezinsmanager is doorgegeven, deze medewerker op te roepen als informant voor deze zitting;
2.7.
behoudt zich verder iedere beslissing voor.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2025 door mr. Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier, en op schrift gesteld op 17 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.