ECLI:NL:RBZWB:2025:7180
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021
Belanghebbende, woonachtig in Polen, ontving in 2021 loon uit Nederland van drie werkgevers. De inspecteur legde een aanslag IB/PVV 2021 op naar een belastbaar inkomen van €17.559, inclusief belastingrente van €37. Belanghebbende deed aangifte met een lager inkomen en werd als kwalificerend buitenlands belastingplichtige aangemerkt.
Na verzoek om inkomensverklaring en het uitblijven daarvan, verhoogde de inspecteur het loonbedrag en wijzigde de status naar buitenlands belastingplichtige. Het bezwaar van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde beroep in, maar gaf geen duidelijke beroepsgronden aan ondanks herhaalde verzoeken van de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat de aanslag en belastingrentebeschikking niet te hoog zijn vastgesteld en dat belanghebbende terecht als buitenlands belastingplichtige is aangemerkt. Klachten over de Belastingdienst zijn irrelevant voor de beoordeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de aanslag blijft in stand en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag IB/PVV 2021 blijft ongewijzigd.