Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het gebruik van een verdrijvingsvlak op de Rijksweg A58 te Bergen op Zoom op 1 oktober 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Betrokkene ging hiertegen in beroep bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelt dat het beroepschrift van betrokkene wel gronden bevatte, waardoor de niet-ontvankelijkverklaring door de officier van justitie onterecht was. Inhoudelijk blijkt uit de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene kon geen concrete feiten aanvoeren die de juistheid van deze verklaring in twijfel trokken.
De rechtbank constateert een overschrijding van de redelijke termijn van ruim negen maanden, wat leidt tot matiging van de boete met 25%. Daarnaast is de hoorplicht door de officier van justitie geschonden, omdat betrokkene niet in de gelegenheid is gesteld gehoord te worden, wat eveneens een matiging van 25% rechtvaardigt.
De boete wordt derhalve gematigd tot €140,63 plus €9 administratiekosten. Het teveel betaalde bedrag van €109,37 moet worden terugbetaald aan betrokkene. De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd en het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep is gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete is gematigd tot €140,63 met terugbetaling van teveel betaalde zekerheid.