Op 7 augustus 2024 pleegde de minderjarige verdachte samen met een medeverdachte openlijk geweld tegen het slachtoffer op een openbare plaats in de buurt van een straat in een Nederlandse plaats. Verdachte sloeg het slachtoffer met een ijzeren staaf op het hoofd en de knie, terwijl de medeverdachte het slachtoffer met een mes in de buik stak. Het slachtoffer liep hierdoor lichamelijk letsel op en ondervond nadelige psychische gevolgen.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte en medeverdachte vooraf afspraken maakten over het gebruik van de wapens, zoals blijkt uit een chatgesprek. Verdachte was de initiator van het geweld en het mes was van hem afkomstig. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een leerstraf Tools4U Verlengd van 30 uur en een jeugddetentie van 73 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met bijzondere voorwaarden waaronder een contactverbod met het slachtoffer en de medeverdachte.
De Raad voor de Kinderbescherming en een psychologisch onderzoek adviseerden passende maatregelen en toezicht door de jeugdreclassering. De rechtbank wijst een immateriële schadevergoeding van €1.500 toe aan het slachtoffer, met wettelijke rente vanaf de datum van het feit. De materiële schadevordering wordt niet-ontvankelijk verklaard en kan bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
De straf en voorwaarden zijn afgestemd op de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het belang van het slachtoffer en de samenleving. Verdachte wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld samen met de medeverdachte voor de schadevergoeding.