Eiseres ontving een bijstandsuitkering die door Orionis Walcheren op 19 juni 2024 werd ingetrokken en teruggevorderd. Eiseres maakte op 1 juli 2024 bezwaar, maar diende geen bezwaargronden in binnen de gestelde termijnen. Orionis verzocht meerdere malen om de gronden, met een uiterste termijn van 13 september 2024, maar ontving geen reactie.
De gemachtigde van eiseres stelde dat een andere termijn was afgesproken en verwees naar vakantie, maar de rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd en oordeelde dat de termijn van 13 september 2024 leidend was. De rechtbank verwierp het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en het ontbreken van een expliciete waarschuwing dat de termijn fataal was, mede vanwege de professionele status van de gemachtigde.
De rechtbank concludeerde dat Orionis het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaarde het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter J.E.C. Vriends op 23 oktober 2025.