Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkende]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overschrijding redelijke termijn
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig op 25 april 2023. Betrokkene stelde dat het verzuim snel was hersteld na kennisname van de boete en dat de sanctie disproportioneel hoog was. Tevens werd een proceskostenvergoeding gevraagd en werd een overschrijding van de redelijke termijn aangevoerd.
De officier van justitie handhaafde de boete, stellende dat het voertuig op de peildatum niet verzekerd was volgens RDW-gegevens en dat de kentekenhouder verantwoordelijk is voor het verzekeren of schorsen van het voertuig.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd. Echter is de redelijke termijn van behandeling overschreden, waardoor de boete met 25% wordt gematigd. Tevens wordt een proceskostenvergoeding toegekend en moet het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling worden terugbetaald.
De beslissing van de officier van justitie wordt gewijzigd, waarbij de boete wordt verlaagd tot € 300,- plus administratiekosten van € 9,-. De officier van justitie wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 453,50.
Uitkomst: De boete wegens het niet verzekeren van het motorrijtuig wordt met 25% gematigd tot € 300,- en de proceskosten worden vergoed.