ECLI:NL:RBZWB:2025:7221

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 augustus 2025
Publicatiedatum
24 oktober 2025
Zaaknummer
11236854 \ MB VERZ 24-595
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wahv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens onnodig links rijden op A17

Betrokkene werd beboet voor het niet zoveel mogelijk rechts houden op de Rijksweg A17 te Oud Gastel op 31 januari 2023. Hij stelde in beroep dat hij niet onnodig links reed en dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding. De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs vormt dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene bracht geen specifieke feiten aan die de juistheid van deze verklaring in twijfel trekken. Wel werd erkend dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding omdat de verbalisant in een onopvallend dienstvoertuig zonder stoptransparant reed.

Gezien de verkeersdrukte rond het tijdstip van de overtreding achtte de kantonrechter het aannemelijk dat betrokkene niet veilig naar rechts kon uitwijken. Daarom werd de boete gematigd tot nihil. De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag van € 229,- terug te betalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd tot nihil met terugbetaling van zekerheidstelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer.: 11236854 \ MB VERZ 24-595
CJIB-nummer: [cjib-nummer]
uitspraakdatum: 6 augustus 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna : betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde]

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 6 augustus 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. O. El-Hagoug (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg op de Rijksweg A17 te Oud Gastel op 31 januari 2023 om 16:42 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat onnodig links rijden niet aan de orde is en dat hij altijd de rechterzijde zal opzoeken als dit mogelijk en veilig is. Daarnaast is betrokkene ten onrechte niet staande gehouden terwijl daar wel een reële mogelijkheid toe bestond. Het niet bij hebben van een stoptransparant is een tekortkoming van de verbalisant en dit doet niet af aan het feit dat er geen staandehouding had kunnen plaatsvinden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt voorts voldoende dat er geen reële mogelijkheid was om tot een staandehouding over te gaan. Volgens het zaaksoverzicht en aanvullend proces-verbaal heeft de verbalisant afgezien van staandehouding, omdat hij in een onopvallend dienstvoertuig reed zonder stoptransparant. Er bestond dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. Wel is verzocht de boete te matigen met 25%, nu sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn.

Overwegingen

InhoudelijkDe kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
StaandehoudingTen aanzien van de staandehouding overweegt de kantonrechter dat uit artikel 5 van Pro de Wahv het uitgangspunt volgt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd.
Volgens het zaaksoverzicht en aanvullend proces-verbaal heeft de verbalisant afgezien van staandehouding, omdat hij in een onopvallend dienstvoertuig reed zonder stoptransparant. Naar het oordeel van de kantonrechter was er, gelet op de bestendige jurisprudentie hieromtrent, dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete is dus terecht (aan de kentekenhouder) opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat het tijdstip van de gedraging 16:42 uur was. Rond dit tijdstip is het doorgaans druk op de betreffende weg waardoor de verklaring van betrokkene omtrent het niet kunnen verschuiven naar de rechterrijstrook voldoende aannemelijk is. De boete zal worden gematigd tot nihil.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 229,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. de Brouwer, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: