ECLI:NL:RBZWB:2025:7231

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 augustus 2025
Publicatiedatum
24 oktober 2025
Zaaknummer
11325174 \ MB VERZ 24-802
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 8 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen verkeersboete wegens bedrijfsmatige verhuur voertuig

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een voertuig met een snelheid van 13 km per uur boven de limiet op de N57 te Serooskerke op 27 november 2023. Betrokkene stelde dat hij ten onrechte als kentekenhouder werd beboet omdat het voertuig op dat moment bedrijfsmatig was verhuurd aan een derde.

De gemachtigde voerde aan dat op grond van artikel 8 sub b Wahv Pro een schriftelijke huurovereenkomst van minder dan drie maanden geldt als bewijs dat de huurder verantwoordelijk is. Hoewel de officier van justitie slechts een factuur overlegde, oordeelde de kantonrechter dat deze factuur als schriftelijk bewijs kan worden aangemerkt.

De kantonrechter stelde vast dat de boete daarom ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder was opgelegd en vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie. Tevens werd het betaalde bedrag terugbetaald en een proceskostenvergoeding van €777 toegekend. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens bedrijfsmatige verhuur van het voertuig.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11325174 \ MB VERZ 24-802
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 6 augustus 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 23 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 13 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N57 Serooskerkseweg (t.h.v. HMP 49.6) te Serooskerke op 27 november 2023 om 22:14 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht en dat betrokkene onterecht als kentekenhouder is beboet. Gemachtigde verwijst naar artikel 8 sub b Wahv Pro. De activiteiten van de kentekenhouder betreft onder andere de verkoop en verhuur van (eventueel elektrische) voertuigen en rijwielen. Gemachtigde verwijst naar de bijlage waaruit een schriftelijke aangegane huurovereenkomst van minder dan drie maanden blijkt. Eveneens blijkt wie de huurder van het voertuig was. Het betreft de reserveringdetails en het profiel van de huurder, of de factuur indien deze beschikbaar is. De reserveringsdetails en het profiel van de huurder tezamen dienen volgens jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden als huurovereenkomst te worden bestempeld. Gemachtigde stelt dat de beschikking ofwel is opgelegd ten tijde van de verhuur, dan wel opgelegd na de verhuur wanneer sprake is van een beschikking omtrent verkeerd parkeren. In dat laatste geval was de huurder de laatste huurder van het voertuig voordat de beschikking was opgelegd, en dient deze alsnog als de huurder te worden aangewezen. Gemachtigde stelt gelet op jurisprudentie dat de geboortedatum van de huurder geen vereiste betreft. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat het dossier geen huurovereenkomst, maar slechts een factuur bevat. Vanuit het CVOM is dat onvoldoende. De zittingsvertegenwoordiger refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.

Overwegingen

Inhoudelijk
Op grond van artikel 5 Wahv Pro wordt, als niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, de boete opgelegd aan de kentekenhouder. Ingevolge artikel 8 Wahv Pro is dat alleen dan anders indien de kentekenhouder:
( a) niet heeft kunnen voorkomen dat een ander van het voertuig gebruik heeft gemaakt of
( b) een schriftelijke bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst van ten hoogste drie maanden met betrekking tot het voertuig overlegt of
( c) ten tijde van de gedraging niet meer de eigenaar van het voertuig was.
Gemachtigde stelt dat het voertuig ten tijde van de gedraging verhuurd was, dan wel dat de laatste huurder van het voertuig, voordat de gedraging werd verricht, alsnog als huurder dient te worden aangewezen. De kantonrechter begrijpt dat gemachtigde hiermee een beroep doet op de uitzondering onder b (bedrijfsmatige verhuur).
Onder "ten tijde van de gedraging" moet worden verstaan "ten tijde van de vaststelling van de gedraging" (zie ECLI:NL:GHARL:2022:11123). Gemachtigde heeft die stelling onderbouwd door een factuur te overleggen. De kantonrechter ziet aanleiding om het begrip “schriftelijk” in de zin van artikel 8 Wahv Pro ruim te interpreteren, waarbij de factuur als schriftelijk bewijs van een bedrijfsmatige huurovereenkomst kan worden aangemerkt. Daarmee staat vast dat de uitzondering zich heeft voorgedaan.
De boete is dan ook ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- =
€ 453,50
totaal € 777,00

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 135,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 777.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en uitgesproken op 6 augustus 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: