Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een voertuig met een snelheid van 13 km per uur boven de limiet op de N57 te Serooskerke op 27 november 2023. Betrokkene stelde dat hij ten onrechte als kentekenhouder werd beboet omdat het voertuig op dat moment bedrijfsmatig was verhuurd aan een derde.
De gemachtigde voerde aan dat op grond van artikel 8 sub b Wahv Pro een schriftelijke huurovereenkomst van minder dan drie maanden geldt als bewijs dat de huurder verantwoordelijk is. Hoewel de officier van justitie slechts een factuur overlegde, oordeelde de kantonrechter dat deze factuur als schriftelijk bewijs kan worden aangemerkt.
De kantonrechter stelde vast dat de boete daarom ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder was opgelegd en vernietigde de beschikking en de beslissing van de officier van justitie. Tevens werd het betaalde bedrag terugbetaald en een proceskostenvergoeding van €777 toegekend. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete vernietigd wegens bedrijfsmatige verhuur van het voertuig.