ECLI:NL:RBZWB:2025:7232
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verschoning
- Peters
- Leppens
- Marsé
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens schijn van partijdigheid
In deze zaak heeft de rechter een verzoek tot verschoning ingediend omdat hij meent dat hij mogelijk de schijn van partijdigheid wekt. Dit komt doordat hij de zoon van een belanghebbende als advocaat heeft bijgestaan, waarbij de belanghebbende nauw betrokken was. Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.
De verschoningskamer overweegt dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, maar dat uitzonderlijke omstandigheden of de schijn van partijdigheid een reden kunnen vormen voor verschoning. Gezien de omstandigheden acht de kamer het verzoek terecht om de schijn van partijdigheid te vermijden.
De kamer wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter zal worden voortgezet, waarbij de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van het verzoek. De beslissing is genomen door drie rechters en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter.