ECLI:NL:RBZWB:2025:7236
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening Wajong-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen tegen de weigering van het UWV om een Wajong-uitkering toe te kennen. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83 lid 3 Awb Pro besloten de zaak zonder zitting te behandelen.
De beoordeling richtte zich op de spoedeisendheid van het verzoek, zoals vereist op grond van artikel 8:81 Awb Pro. Verzoekster heeft gesteld dat het UWV moet worden gedwongen tot actie en heeft bankafschriften overgelegd ter onderbouwing van haar situatie.
De voorzieningenrechter constateerde dat verzoekster ruim € 10.000 aan spaargeld bezit, waardoor geen financieel spoedeisend belang bestaat. Ook de wens van verzoekster om snel duidelijkheid te krijgen over haar uitkeringsrecht is onvoldoende om spoedeisendheid aan te nemen.
Verder is opgemerkt dat verzoekster een aparte procedure heeft lopen tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift, die met voorrang wordt behandeld. Gezien het ontbreken van spoedeisendheid is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.