ECLI:NL:RBZWB:2025:7241
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Dijkman
- Rechtspraak.nl
Terugbetaling teveel ingehouden bedrag wegens onjuiste beslagvrije voet
In deze civiele bodemzaak vordert de werknemer terugbetaling van een bedrag dat volgens hem ten onrechte door de werkgever is ingehouden op zijn loon. De kern van het geschil betreft de juiste berekening van de beslagvrije voet, die volgens de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet 95% van het netto-inkomen inclusief vakantietoeslag bedraagt bij een inkomen onder de bijstandsnorm.
De werknemer overlegt betaalspecificaties van het UWV waaruit blijkt dat sinds januari 2024 de beslagvrije voet op €1.141,88 per maand is vastgesteld, terwijl de werkgever een hogere beslagvrije voet hanteerde. Dit leidde tot een te hoge inhouding van €1.578,15 over de periode januari 2024 tot mei 2025. De werkgever heeft deze gegevens niet betwist en geen tegenbewijs geleverd.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot terugbetaling toewijsbaar is, inclusief de wettelijke rente over het bedrag vanaf de datum van beslaglegging. Daarnaast wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 1 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot terugbetaling van €1.578,15 met rente en proceskosten.