Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.Het verzoek
3.De standpunten
4.De beoordeling
5.De beslissing
tot en met 13 april 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, die lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene erkent geheugenachteruitgang maar verzet zich tegen opname en wil thuis blijven wonen. De casemanager en familie rapporteren frequent dwaalgedrag, onrust en gevaarlijke situaties, ondanks hulpverlening thuis en het gebruik van een GPS-systeem.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene lijdt aan dementie, vastgesteld in januari 2022, en dat het gedrag leidt tot ernstig nadeel zoals levensgevaar en verwaarlozing. Betrokkene vertoont stoornissen in geheugen, taal en oriëntatie, met regelmatig dwaalgedrag zonder passende kleding, wat zorgelijk is met het naderende winterseizoen. Hulpverlening thuis is onvoldoende en uitbreiding is niet mogelijk vanwege weigering van betrokkene.
Gelet op de ernst van de situatie en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, concludeert de rechtbank dat opname en verblijf in een verpleeginstelling noodzakelijk en geschikt zijn om het ernstig nadeel te voorkomen. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, met ingang van 13 oktober 2025 tot en met 13 april 2026. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens ernstig nadeel door psychogeriatrische aandoening.