ECLI:NL:RBZWB:2025:7270

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 oktober 2025
Publicatiedatum
27 oktober 2025
Zaaknummer
BRE 24/1612
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelastingen

In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, gedaan op 27 oktober 2025, wordt het beroep van de belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen beoordeeld. De heffingsambtenaar had op 24 februari 2023 de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op € 395.000, wat leidde tot een aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2023. De belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar dit werd ongegrond verklaard. Tijdens de zitting op 15 oktober 2025 hebben partijen overeenstemming bereikt over de waarde van de woning, die per 1 januari 2022 voor het belastingjaar 2023 op € 380.000 dient te worden vastgesteld. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig. Tevens heeft de rechtbank bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 en een vergoeding van € 3.118,69 aan proceskosten aan de belanghebbende moet betalen. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/1612
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 oktober 2025 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit [woonplaats] , belanghebbende,
(gemachigde: [gemachtigde] , verbonden aan [bedrijf] )
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen,de heffingsambtenaar.

1.Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 21 december 2023.
1.2.
De heffingsambtenaar heeft bij beschikking van 24 februari 2023 de waarde van de onroerende zaak [adres] te [woonplaats] (de woning) op 1 januari 2022 (de waardepeildatum) vastgesteld op € 395.000. Tegelijk met deze waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Drimmelen voor het jaar 2023 opgelegd (de aanslag OZB).
1.3.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 15 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens belanghebbende deelgenomen: mr. H. Vloet, verbonden aan Juist . Namens de heffingsambtenaar is verschenen [heffingsambtenaar] .

2.Overwegingen

2.1.
Partijen hebben ter zitting overeenstemming bereikt in die zin dat de waarde van de woning per 1 januari 2022 voor het belastingjaar 2023 dient te worden vastgesteld op € 380.000. De aanslag OZB dient overeenkomstig te worden verminderd. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen en het beroep gegrond verklaren.
2.2.
Ook zijn partijen overeengekomen dat belanghebbende in aanmerking komt voor een vergoeding van zijn proceskosten conform het puntensysteem, zoals nader overwogen onder 3.2, met een vergoeding van € 10,69 voor het taxatierapport van belanghebbende.

3.Conclusie en gevolgen

3.1.
Het beroep is gegrond. Dit betekent dat de WOZ-waarde en de aanslag OZB dienen te worden verlaagd. Omdat het beroep gegrond is, krijgt belanghebbende zijn griffierecht vergoed.
3.2.
Belanghebbende krijgt ook een vergoeding van zijn proceskosten. De heffingsambtenaar moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt belanghebbende een vast bedrag per proceshandeling. Belanghebbende heeft recht op 1 punt voor het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, met een waarde van € 647, 1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde van € 907, elk punt met een wegingsfactor 1. Daarnaast moet de heffingsambtenaar de kosten voor het taxatierapport van belanghebbende vergoeden tot het overeengekomen bedrag van € 10,69. De vergoeding voor de gehele procedure bedraagt daarmee in totaal € 3.118,69.
Beslissing
De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt de uitspraak op bezwaar;
  • stelt de waarde van de woning vast op een bedrag van € 380.000;
  • vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig;
  • bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden;
  • veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 3.118,69 aan proceskosten aan belanghebbende.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. den Braber-Riemens, rechter, in aanwezigheid van R.P.H. Bukkems, griffier, op 27 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.