In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, gedaan op 27 oktober 2025, wordt het beroep van de belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen beoordeeld. De heffingsambtenaar had op 24 februari 2023 de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op € 395.000, wat leidde tot een aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2023. De belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt, maar dit werd ongegrond verklaard. Tijdens de zitting op 15 oktober 2025 hebben partijen overeenstemming bereikt over de waarde van de woning, die per 1 januari 2022 voor het belastingjaar 2023 op € 380.000 dient te worden vastgesteld. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig. Tevens heeft de rechtbank bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 en een vergoeding van € 3.118,69 aan proceskosten aan de belanghebbende moet betalen. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.