ECLI:NL:RBZWB:2025:7311
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van Dam
- Rechtspraak.nl
Omgangsregeling en gezamenlijk eigendom van hond na beëindiging relatie
Eiser en gedaagde hadden een relatie en kochten samen een hond, waarbij ieder de helft van het aankoopbedrag betaalde. Na het beëindigen van hun relatie vertrok gedaagde met de hond uit de gezamenlijke woning, waarna onenigheid ontstond over de omgangsregeling.
De kantonrechter oordeelt dat beide partijen gezamenlijk eigenaar zijn van de hond, ondanks dat de chip op naam van gedaagde staat. Dit volgt uit de gezamenlijke aankoop, gedeelde kosten en het feit dat beiden zorgden voor de hond.
Omdat partijen geen overeenstemming bereikten over de omgangsregeling, stelde de kantonrechter een regeling vast waarbij eiser de hond om de twee weken van vrijdagavond tot zondagavond en één week per jaar mag verzorgen. Gedaagde wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd bij niet-naleving, met een maximum van €5.000.
De overige vorderingen van eiser, waaronder onrechtmatig handelen en kostenveroordeling, worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De kantonrechter stelt dat eiser en gedaagde gezamenlijk eigenaar zijn van de hond en legt een omgangsregeling met dwangsom vast.