Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een beslissing van het UWV over haar recht op een WIA-uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist, ondanks een ingebrekestelling door eiseres. De rechtbank stelt vast dat het UWV uiterlijk op 20 juni 2025 had moeten beslissen, maar dit niet heeft gedaan.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien de complexiteit en het belang van een zorgvuldige heroverweging, wordt een termijn van vier maanden opgelegd. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 opgelegd voor elke dag dat het UWV deze termijn overschrijdt.
Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit wordt vernietigd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 30 oktober 2025.