Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de weigering van een WIA-uitkering per 5 juni 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 26 mei 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV geeft aan dat de overschrijding te wijten is aan beperkte capaciteit van verzekeringsartsen en grote werkvoorraden, waardoor een spreekuur met een verzekeringsarts bezwaar en beroep niet kon worden ingepland. De rechtbank acht een termijn van twee weken te kort en stelt een termijn van vier maanden vast voor het UWV om alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het beroep wordt gegrond verklaard, het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.