ECLI:NL:RBZWB:2025:7319

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 oktober 2025
Publicatiedatum
29 oktober 2025
Zaaknummer
25/58 PW
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beslissing RC
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:29 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beperking kennisneming strafrechtelijke en financiële gegevens van derden in bestuursrechtelijke procedure

In een bestuursrechtelijke procedure tussen eiser en het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren heeft de rechtbank op verzoek van verweerder besloten tot beperking van kennisneming van bepaalde stukken. Het betrof onder meer processen-verbaal van verhoor en bevindingen, alsmede een proces-verbaal aanvraag vordering verstrekking historische financiële gegevens.

De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt is dat procespartijen kennis moeten kunnen nemen van alle relevante stukken, maar dat hierop uitzondering kan worden gemaakt bij gewichtige belangen. In dit geval woog het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van derden, wiens strafrechtelijke en financiële gegevens in de stukken voorkomen, zwaarder dan het belang van eiser bij kennisneming.

Daarom werd besloten dat alleen de rechtbank zelf kennis mag nemen van deze stukken, conform artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Deze beslissing is genomen op 9 oktober 2025 en is ondertekend door rechter T.I. van Term en griffier H.D. Sebel.

Uitkomst: De rechtbank heeft besloten dat beperking van kennisneming van strafrechtelijke en financiële gegevens van derden gerechtvaardigd is.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/58 PW
beslissing van 9 oktober 2025 inzake toepassing van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser,

gemachtigde: mr. B.Çiçek,
en

het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren, verweerder,

gemachtigde: [gemachtigde].

Overwegingen

1. In de beroepszaak van eiser tegen het besluit van 5 december 2024 heeft verweerder, op verzoek van de rechtbank, stukken toegezonden. Verweerder heeft daarbij meegedeeld dat alleen de rechtbank kennis mag nemen van die stukken (beperkte kennisneming), zoals bedoeld in artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het betreft twee processen-verbaal van verhoor, twee processen-verbaal van bevindingen en een proces-verbaal aanvraag vordering verstrekking historische financiële gegevens.
2. Verweerder heeft vanwege privacyoverwegingen verzocht om toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb.
3. De rechtbank stelt voorop dat uitgangspunt in het bestuursprocesrecht is, dat uitspraak wordt gedaan op stukken die aan de procespartijen bekend zijn. Hierop kan alleen om gewichtige redenen een uitzondering worden gemaakt. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.
4. De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken ten aanzien waarvan verweerder beperking van de kennisneming wenst. De rechtbank acht het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd. De genoemde stukken bevatten namelijk (strafrechtelijke en financiële) gegevens van derden. Dit zijn gevoelige persoonsgegevens en het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van die personen weegt naar het oordeel van de rechtbank zwaarder dan het belang van eiser bij kennisneming van die stukken.
5. Het voorgaande leidt ertoe dat de rechtbank beperking van de kennisneming van de hiervoor genoemde stukken gerechtvaardigd acht.

Beslissing

De rechtbank bepaalt dat beperking van de kennisneming van de onder r.o. 1 genoemde stukken gerechtvaardigd is.
Deze beslissing is op 9 oktober 2025 genomen door mr. T.I. van Term, rechter, en door deze en mr. H.D. Sebel, griffier, ondertekend.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat nog geen hoger beroep open. Dat kan worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de einduitspraak in deze zaak.