Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de WIA-uitkering van haar (ex-)werkneemster. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden nadat eiseres het UWV op 14 mei 2025 in gebreke had gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien de beperkte artsencapaciteit en het belang van zorgvuldige besluitvorming, wordt een termijn van vier maanden opgelegd. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
Daarnaast moet het UWV het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. Het beroep wordt zonder zitting behandeld omdat het kennelijk gegrond is. De uitspraak is op 28 oktober 2025 gedaan door rechter I.M. Josten.