ECLI:NL:RBZWB:2025:7364
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag bpm en toekenning immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende diende bezwaar in tegen een naheffingsaanslag bpm van €1.636 opgelegd door de inspecteur. De rechtbank oordeelt dat de aanslag terecht is opgelegd, maar het bedrag te hoog is vastgesteld. De historische nieuwprijs van de auto werd vastgesteld op €102.729, waarbij de netto catalogusprijs van een referentieauto met vergelijkbare CO2-uitstoot leidend was. De handelsinkoopwaarde in onbeschadigde staat werd vastgesteld op €40.877, zonder waardevermindering wegens schade of andere factoren.
De rechtbank concludeert dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de auto schade had die de waarde verlaagde. De naheffingsaanslag wordt daarom verminderd tot €1.455. Daarnaast is de redelijke termijn voor de afhandeling van het bezwaar met circa 29 maanden overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €2.500, waarvan een deel voor rekening van de inspecteur en een deel voor rekening van de Staat komt.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de naheffingsaanslag, veroordeelt de Staat en de inspecteur tot betaling van de immateriële schadevergoeding, en veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers op 29 oktober 2025.
Uitkomst: De naheffingsaanslag bpm wordt verminderd tot €1.455 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van €2.500 wegens termijnoverschrijding.