ECLI:NL:RBZWB:2025:7369
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag bpm wegens hogere waardevermindering en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag bpm van € 5.284 opgelegd door de inspecteur. De inspecteur had de waardering van de auto gebaseerd op een hertaxatie met een relatief lage schadevaststelling. Belanghebbende stelde dat de waardevermindering door schade hoger was en overlegde een factuur van herstelkosten van ruim € 5.600.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur de historische nieuwprijs aannemelijk had gemaakt, maar dat de schadevaststelling van de inspecteur te laag was. Op basis van de factuur en taxatierapporten werd de waardevermindering vastgesteld op € 4.900, waardoor de handelsinkoopwaarde hoger werd vastgesteld dan door de inspecteur.
Hierdoor werd de naheffingsaanslag verminderd tot € 4.081. Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de procedure langer dan de redelijke termijn had geduurd, waardoor belanghebbende recht had op een immateriële schadevergoeding van € 2.500, waarvan een deel voor rekening van de inspecteur en een deel voor de Staat kwam.
De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar, veroordeelde de inspecteur tot betaling van proceskosten en griffierecht en bepaalde dat de Staat mede aansprakelijk is voor een deel van de immateriële schadevergoeding.
Uitkomst: De naheffingsaanslag bpm wordt verminderd tot € 4.081 en belanghebbende krijgt een immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.