ECLI:NL:RBZWB:2025:7379

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
29 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/439746 / JE RK 25-1661
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Bogaert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:260 lid 1 BWArt. 1:247 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling wegens moeizame communicatie ouders en loyaliteitsconflict minderjarige

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 15 oktober 2025 een beschikking gegeven tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2020. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 29 oktober 2025 en wordt nu met zes maanden verlengd tot 29 april 2026. De gecertificeerde instelling verzocht om deze verlenging om de complexe echtscheidingssituatie en moeizame communicatie tussen de ouders beter te kunnen begeleiden.

De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit, maar liggen niet op één lijn wat betreft de opvoeding en hebben een groot wantrouwen naar elkaar. De moeder uit zorgen over de mogelijke invloed van de vader vanuit een joods-orthodoxe radicale sekte, terwijl de vader stelt dat hij hier niet langer bij betrokken is. De minderjarige woont bij de moeder en vertoont tekenen van een mogelijk loyaliteitsconflict, wat haar ontwikkeling kan bedreigen.

De kinderrechter stelt dat ondanks de goede ontwikkeling van de minderjarige op school, de conflicten tussen ouders en de onduidelijkheid over de gevolgen van de scheiding reden zijn om de ondertoezichtstelling te verlengen. Er wordt gewerkt aan een nieuw ouderschapsplan en de uitkomsten van een kindbehartiger worden afgewacht. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en ouders worden aangespoord hun communicatie te verbeteren om de ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige met zes maanden tot 29 april 2026.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/439746 / JE RK 25-1661
Datum uitspraak: 15 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Tilburg,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
advocaat mr. C.J.M. van Gent uit Zaltbommel,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats 2] ,
advocaat mr. I.E. Nonnemaker uit ‘s-Hertogenbosch.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 september 2025.
1.2.
De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 15 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de advocaat van de vader;
- twee vertegenwoordigsters van de GI.
1.3.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat hij wel juist is opgeroepen.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 januari 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 29 januari 2025 tot 29 oktober 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden en om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

De GI
4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan.
Bij de start van de ondertoezichtstelling waren er veel zorgen over de complexe echtscheidingssituatie tussen de ouders. De communicatie tussen de ouders verloopt nog steeds moeizaam. Er is een groot wantrouwen tussen de ouders waarbij zij zich zorgen maken over de thuissituatie en over de opvoedstijl bij en van de andere ouder. Zij liggen niet op één lijn in de opvoeding van [minderjarige] en het lukt hen niet om de opvoedsituatie bij de andere ouder los te laten. [hulpverlening] is inmiddels samen met de ouders gestart met het opzetten van een nieuw ouderschapsplan. De hoop is dat er hiermee meer rust, duidelijkheid en structuur komt. [minderjarige] ontwikkelt zich goed en ook op school worden er geen zorgen gezien. Het is op dit moment echter onduidelijk wat de gevolgen van de scheiding en de conflicten tussen de ouders op de ontwikkeling van [minderjarige] hebben gehad. Daarnaast zijn er zorgen dat [minderjarige] mogelijk in een loyaliteitsconflict zit. [minderjarige] heeft psycho-educatie gehad over de scheiding van haar ouders. Daarnaast is er een kindbehartiger voor [minderjarige] gestart in augustus 2025. De uitkomsten van deze gesprekken zijn nog niet bekend; de kindbehartiger is bezig met het schrijven van een evaluatieverslag. De GI verzoekt om een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden. In de komende maanden kan het ouderschapsplan opgesteld en afgerond worden en kunnen de uitkomsten van de gesprekken met de kindbehartiger meegenomen worden in gesprekken met de ouders. De GI acht het van belang dat zij betrokken blijft bij dit proces.
De moeder
4.2.
Door en namens de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat het contact tussen haar en de vader nog steeds moeizaam verloopt. De vader heeft aangegeven dat de gestelde doelen zijn behaald. De moeder deelt deze mening echter niet; volgens haar gaat het nog niet goed. Er worden bijvoorbeeld veel afspraken gemaakt maar de vader houdt zich hier nog onvoldoende aan. De overdrachten verlopen op dit moment wel rustig maar dit heeft veel gesprekken gekost en ook hier moesten duidelijke afspraken voor worden gemaakt. De moeder maakt zich zorgen over de mogelijke betrokkenheid van de vader bij de sektegemeenschap. Hoewel de vader heeft aangegeven dat hij hier uitgestapt is, blijft de moeder zich hierover zorgen maken omdat hij al eerder terug is gegaan naar de sektegemeenschap. Zij wil niet dat hun dochter daarmee in aanraking komt. Volgens de moeder is het een joods-orthodoxe radicale gemeenschap die zich verzet tegen het reguliere schoolsysteem en vaccinaties en waarin sprake is van kledingvoorschriften en een sterk controlerende leefwijze. De moeder wil niet dat [minderjarige] hiermee iets te maken krijgt. Daarnaast maakt de moeder zich zorgen over de invloed die de vader heeft op [minderjarige] . Zij is bang dat [minderjarige] door de vader wordt belast en daardoor mogelijk in een loyaliteitsconflict zit. De moeder merkt bijvoorbeeld dat [minderjarige] bij thuiskomst gesloten is en dat zij niet vertelt wat zij bij de vader heeft gedaan, terwijl dit voorheen anders was. Dit verschil baart haar zorgen. De moeder stemt in met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij acht deze nog steeds noodzakelijk. Zij vindt het fijn dat er iemand meeluistert, dat deze ondersteuning biedt in de communicatie tussen haar en de vader en dat deze meekijkt bij het opstellen van het ouderschapsplan.
De vader
4.3.
Namens de vader is, samengevat, aangegeven dat hij achter de verlenging van de ondertoezichtstelling staat. In het belang van [minderjarige] blijft hij zich onverminderd inzetten om de communicatie met de moeder te verbeteren. Het bemiddelingstraject verloopt voorspoedig en bijna alle gestelde doelen zijn inmiddels behaald. De vader zou graag zien dat de omgangsregeling wordt uitgebreid omdat volgens hem zichtbaar is dat het goed gaat met [minderjarige] als zij bij hem is. Zij is blij om haar vader te zien en voelt zich bij hem op haar gemak. Door de vader is aangegeven dat hij niet langer betrokken is bij een sekte en hij benadrukt dat er geen sprake is van religieuze invloed op [minderjarige] . De vader is bereid om mee te werken en stemt in met de verlenging van de ondertoezichtstelling.

5.De beoordeling

Wettelijk kader
5.1.
Op grond van artikel 1:255 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
5.2.
Op grond van artikel 1:260 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
Inhoudelijke beoordeling
5.3.
Uit de overgelegde stukken en uit hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt dat er nog steeds sprake is van een complexe echtscheidingssituatie. De communicatie tussen de ouders verloopt moeizaam. Beide ouders maken zich zorgen over de thuissituatie en over de opvoedstijl bij en van de andere ouder. Zij liggen niet op één lijn in de opvoeding en er zijn veel onderlinge spanningen. Hoewel de ontwikkeling van [minderjarige] op dit moment goed verloopt, bestaan er echter wel zorgen over haar. Het is nog onduidelijk welke invloed de scheiding en de conflicten tussen de ouders op de ontwikkeling van [minderjarige] hebben gehad en er bestaan zorgen dat zij mogelijk in een loyaliteitsconflict zit.
5.4.
In de komende periode zal samen met de ouders worden gewerkt aan het opstellen van een ouderschapsplan, waarin er duidelijke afspraken zullen worden vastgelegd. Ook worden de uitkomsten van de gesprekken met de kindbehartiger afgewacht om op basis daarvan te bepalen of er aanvullende hulpverlening voor [minderjarige] nodig is. Het is van belang dat de GI hierbij betrokken blijft, zodat de situatie kan worden gevolgd en gemonitord door de betrokken jeugdzorgwerker.
5.5.
Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van zes maanden.
5.6.
Binnen de ondertoezichtstelling dient (verder) gewerkt de worden aan de volgende doelen:
  • [minderjarige] ervaart neutrale oudercommunicatie over de opvoedsituatie;
  • [minderjarige] heeft een positief en onbelast contact tussen beide ouders;
  • [minderjarige] ontwikkelt zich leeftijdsadequaat en kan gezonde relaties aangaan.
Indien uit het evaluatieverslag van de kindbehartiger blijkt dat er aanvullende hulpverlening voor [minderjarige] nodig is, wordt deze hulp opgestart en door de jeugdzorgwerker gevolgd en gemonitord.
5.7.
De kinderrechter wil de ouders op het hart drukken dat de onderlinge communicatie verbeterd moet worden. Het is van groot belang dat de ouders zich houden aan de gemaakte afspraken rondom de omgangsregeling en dat [minderjarige] niet langer wordt belast met zorgen of uitspraken van de ouders over elkaar. Zonder verbetering bestaat het risico dat zij in een loyaliteitsconflict terechtkomt. Dit kan op de langere termijn ernstige gevolgen hebben voor haar ontwikkeling. Het is daarom van belang dat er een duidelijk ouderschapsplan wordt opgesteld, waarin alle afspraken goed worden vastgelegd en waarin de onderwerpen die voor beide ouders belangrijk zijn duidelijk naar voren komen. Voor de veiligheid, stabiliteit en het welzijn van [minderjarige] is het van belang dat beide ouders zich hiervoor actief inzetten.
5.8.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.9.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 29 oktober 2025 tot 29 april 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 oktober 2025 door mr. Bogaert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 29 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.