ECLI:NL:RBZWB:2025:7390

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 oktober 2025
Publicatiedatum
29 oktober 2025
Zaaknummer
C/02/437887 / JE RK 25-1339
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van de Kraats
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met ernstige opvoedproblemen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om een aansluitende machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor een minderjarige met ernstige opvoed- en opgroeiproblematiek. De minderjarige verblijft momenteel in een gesloten setting en er is sprake van positieve ontwikkelingen, maar de GI en een onafhankelijke gedragswetenschapper achten het nog te vroeg voor een overplaatsing naar een open groep.

De minderjarige wenst per direct overgeplaatst te worden naar een open groep, mede vanwege zijn beperkte mobiliteit na een operatie en de wens om traumabehandeling in één vertrouwde setting te starten en af te ronden. De Raad voor de Kinderbescherming sluit zich aan bij het standpunt van de GI en de gedragswetenschapper, die benadrukken dat een overstap te vroeg kan leiden tot terugval in negatief gedrag.

De kinderrechter overweegt dat de wettelijke vereisten voor gesloten jeugdhulp nog steeds aanwezig zijn en wijst het verzoek toe voor een periode van drie maanden. De minderjarige wordt gestimuleerd om zich te blijven inzetten om de overstap naar een open groep mogelijk te maken. De traumabehandeling zal pas starten zodra de minderjarige in de open groep verblijft en vertrouwen heeft opgebouwd.

Uitkomst: De kinderrechter verlengt de machtiging gesloten jeugdhulp voor drie maanden vanwege de noodzaak van verdere gedragsontwikkeling in een gesloten setting.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/437887 / JE RK 25-1339
Datum uitspraak: 10 oktober 2025
Nadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Tilburg, hierna te noemen GI,
over de minderjarige
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat: mr. C.C.J. Mouwen te Tilburg.
Op grond van artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, de rechtbank over het resterende deel van het verzoek geadviseerd.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de in deze zaak gegeven beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 23 juli 2025 en alle daarin genoemde stukken;
  • het op 2 oktober 2025 ontvangen bericht van de GI, met als bijlage de instemmende verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper van 16 september 2025;
  • de brief van 8 oktober 2025 van de GI, met bijlagen.
1.2.
Op 10 oktober 2025 heeft de kinderrechter het resterende deel van het verzoek, met gesloten deuren, mondeling behandeld. Bij die behandeling zijn verschenen en gehoord:
  • [minderjarige] , die ook apart is gehoord, bijgestaan door mr. Mouwen;
  • twee vertegenwoordigsters namens de GI;
  • een vertegenwoordigster namens de Raad.

2.De feiten

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 12 oktober 2020 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de GI.
2.2.
Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 23 juli 2025 is een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend tot 23 oktober 2025.
2.3.
Op basis van voormelde machtiging is [minderjarige] uit huis geplaatst en verblijft hij momenteel bij [accommodatie 1] in [plaats 1] , in een gesloten setting.

3.Het resterende deel van het verzoek en de onderbouwing daarvan

3.1.
Aan de orde is nog het resterende deel van het verzoek van de GI om een (aansluitende) machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van drie maanden, in dit geval van 23 oktober 2025 tot 23 januari 2026. De GI handhaaft dit verzoek en legt daaraan, samengevat, het volgende ten grondslag.
3.2.
De GI stelt voorop dat er sprake is van positieve ontwikkelingen. De bedoeling is dat [minderjarige] wordt overgeplaatst naar een (meer) open groep van [accommodatie 2] in [plaats 2] . Om deze overplaatsing mogelijk te maken, zal [minderjarige] eerst voor een langere tijd moeten laten zien dat het hem lukt om op een open groep te verblijven. Hij moet oefenen met het hebben van vrijheden en laten zien dat hij betrouwbaar is, dat hij zich aan de afspraken kan houden, dat hij niet betrokken raakt bij incidenten en dat hij niet wegloopt. Om dat te bereiken, zal hij eerst (meer) inzicht moeten krijgen in zijn gedrag en laten zien dat hij daar op een goede manier mee kan omgaan. Totdat hij daaraan heeft gewerkt, is hij nog niet toe aan EMDR en traumabehandeling. [minderjarige] hoeft volgens de GI dus niet bang te zijn dat de (trauma)behandeling vanuit de gesloten groep zal worden gestart met als gevolg dat hij daar langer moet blijven om de behandeling af te maken. Wel zal er in de komende periode mogelijk worden ingezet op een voortraject met muziektherapie en/of creatieve therapie.
3.3.
De GI heeft een verklaring d.d. 16 september 2025 van de onafhankelijke gedragswetenschapper overgelegd, waarbij de onafhankelijke gedragswetenschapper [minderjarige] kort voorafgaand aan het opstellen daarvan feitelijk heeft onderzocht. Uit deze verklaring blijkt dat de onafhankelijke gedragswetenschapper instemt met het resterende deel van het verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van drie maanden. De onafhankelijke gedragswetenschapper concludeert daartoe dat [minderjarige] bescherming en duidelijkheid nodig heeft en dat hij baat heeft bij de geboden structuur van bij voorkeur vaste groepsleiding. Dit wordt hem in de gesloten setting geboden. [minderjarige] heeft behandeling nodig voor het omgaan met zijn emoties (zoals boosheid en verdriet), het maken van goede keuzes (wat betreft middelengebruik en het aangaan van relaties) en het verwerken van zijn trauma’s. Voorkomen moet worden, met het oog op zijn beïnvloedbaarheid, dat hij opnieuw terugvalt in negatieve contacten en het plegen van strafbare feiten. Gelet hierop is de onafhankelijke gedragswetenschapper, net als de GI, van mening dat het op dit moment nog te vroeg is om [minderjarige] over te plaatsen naar een (meer) open setting. Tegelijkertijd is het belangrijk dat hem perspectief wordt geboden.

4.De standpunten

4.1.
[minderjarige] heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. In de stukken, waaronder de schriftelijke verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper, staat dat [minderjarige] het eens is met het verzoek. Maar dit klopt volgens [minderjarige] niet. [minderjarige] heeft bovendien het gevoel dat dit hem wordt aangepraat. [minderjarige] stelt namelijk een eigen (ander) plan voor. [minderjarige] wil graag per direct overgeplaatst worden naar de open groep van [accommodatie 2] in [plaats 2] . Hij kan daar toch niet weglopen, omdat hij vanwege een operatie op krukken loopt en in een rolstoel zit, waardoor hij niet mobiel is. Daarnaast wil hij niet vanuit de gesloten setting starten met traumabehandeling en PMT. Als hij daarmee begint, dan wil hij dat namelijk vanuit een en dezelfde setting afmaken. Bovendien vreest hij, als hij vanuit de gesloten groep start met (trauma)behandeling, dat hij daar langer moet blijven dan nodig is om de behandeling af te ronden. Als [minderjarige] per direct wordt overgeplaatst naar [accommodatie 2] , dan kan hij daar eerst wennen en vertrouwd raken met de begeleiders en de andere jongeren, alvorens te starten met de behandeling.
4.2.
De advocaat heeft ter aanvulling daarop, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. [minderjarige] wil graag behandeling krijgen vanuit een open setting, al dan niet met een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp. Omdat die behandeling naar verwachting erg zwaar en intens zal zijn, wil [minderjarige] de behandeling in een en dezelfde setting starten en afronden, en in een omgeving met mensen die hij vertrouwt. Dit is voor [minderjarige] het allerbelangrijkste. [minderjarige] wil de behandeling ook graag op zijn eigen tempo kunnen doorlopen. Nu [minderjarige] het goed doet op de groep, wil hij daar voor beloond worden. Ook heeft hij behoefte aan perspectief. Anders zal hij op een gegeven moment afhaken.
4.3.
De Raad heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. De Raad sluit zich aan bij het standpunt van de GI en de onafhankelijke gedragswetenschapper. Ter aanvulling daarop stelt de Raad dat het oefenen en belonen vanuit de gesloten setting waarbij er wordt toegewerkt naar een (meer) open setting beter werkt dan oefenen en straffen vanuit de open setting waarbij een terugplaatsing dreigt naar de gesloten setting. Bij het eerstgenoemde pad is er bovendien meer ruimte om te oefenen en fouten te maken. De Raad vindt het tot slot knap dat [minderjarige] zelf duidelijk aangeeft dat hij vanuit één plek zijn behandeling wil aangaan. De Raad vindt dit ook in zijn belang.

5.De nadere beoordeling

5.1.
In artikel 6.1.2. van de Jeugdwet staat dat de kinderrechter op verzoek een machtiging kan verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Een machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter:
jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;
de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en
er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
5.2.
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter als volgt. Gebleken is dat [minderjarige] kampt met ernstige opvoed- en opgroeiproblematiek waardoor hij ernstig wordt belemmerd in zijn ontwikkeling richting zijn volwassenheid. De kinderrechter heeft deze problematiek uitgebreid uiteengezet in de in deze zaak gegeven beschikking van 23 juli 2025. De kinderrechter zal dit daarom niet herhalen. In verband met zijn opvoed- en opgroeiproblematiek, heeft [minderjarige] in de afgelopen periode bescherming, begeleiding en behandeling nodig gehad in een gesloten setting.
5.3.
Vooropgesteld is het de kinderrechter gebleken dat [minderjarige] goed zijn best doet en dat er sprake is van positieve ontwikkelingen. Dit heeft ertoe geleid dat er een plan wordt opgesteld om [minderjarige] op termijn over te plaatsen naar een open groep van [accommodatie 2] in [plaats 2] . Zonder deze positieve ontwikkelingen, zou dit plan nu niet aan de orde zijn geweest. De kinderrechter ziet dan ook echt dat [minderjarige] op de goede weg is. Tegelijkertijd is [minderjarige] er nog niet. Van belang is dat [minderjarige] de gedragsveranderingen die hij aangeleerd krijgt, eerst volledig eigen maakt. De gedragsveranderingen moeten echt uit hemzelf komen. Daar is meer tijd voor nodig. Als de overstap naar de open groep te vroeg wordt ingezet, bestaat er een reëel risico dat [minderjarige] zal terugvallen in negatief (strafrechtelijk) gedrag, zo heeft de onafhankelijke gedragswetenschapper aangegeven. Dat [minderjarige] momenteel vanwege een operatie op krukken loopt en in een rolstoel zit waardoor hij minder mobiel is en hij naar eigen zeggen dus niet kan weglopen, maakt dit niet anders. Daarbij komt nog, zo heeft de GI aangegeven, dat [accommodatie 2] niet zal accepteren totdat de gedragsveranderingen echt uit hemzelf komen. Ook om die reden is een overplaatsing naar de open groep op dit moment nog niet mogelijk. Gelet hierop is de kinderrechter van oordeel dat nog steeds wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor plaatsing van [accommodatie 2] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp. De kinderrechter zal het verzoek daarom toewijzen en een (aansluitende) machtiging gesloten jeugdhulp voor [accommodatie 2] verlenen voor de (verzochte) duur van drie maanden, met ingang van 23 oktober 2025 tot 23 januari 2026.
5.4.
Daar tegenover staat dat [accommodatie 2] , indien mogelijk, op een eerder moment de overstap kan maken naar de open groep en voormelde periode dus niet hoeft te worden afgewacht. Van belang is vooral dat [accommodatie 2] in de komende periode zijn best blijft doen en dat hij laat zien dat hij zich voor een langere tijd aan de afspraken kan houden, dat hij met de verworven vrijheden kan omgaan, dat hij niet betrokken raakt bij incidenten en dat hij niet wegloopt. Dit ook om aan [accommodatie 2] te laten zien dat hij er klaar voor is om de overstap te maken naar de open groep.
5.5.
De kinderrechter onderschrijft tot slot het belang dat niet gestart zal worden met traumabehandeling totdat [minderjarige] op de open groep verblijft en hij daar vertrouwen heeft opgebouwd, zodat [minderjarige] vanuit een en dezelfde, veilige setting de behandeling kan aangaan en afronden.
5.6.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een (aansluitende) machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] met ingang van 23 oktober 2025 tot 23 januari 2026.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 oktober 2025 door mr. Van de Kraats, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos als griffier, en op schrift gesteld op 24 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.