De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 16 september 2025 een zaak over de ondertoezichtstelling van twee minderjarigen, waarbij de gecertificeerde instelling (GI) verzocht tot opheffing van de maatregel, terwijl de vader verlenging vroeg. De moeder deed zelfstandige verzoeken, waaronder vervangende toestemming voor schoolinschrijving en reizen naar het buitenland, en een verzoek tot beëindiging van het gezag van de vader.
De rechtbank constateerde dat de minderjarigen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd, mede doordat zij sinds 2023 geen contact meer hebben met hun vader en een loyaliteitsconflict vertonen. Er is geen adequate hulpverlening ingezet en communicatie tussen ouders ontbreekt. De GI en de Raad voor de Kinderbescherming zagen geen mogelijkheden meer voor contactherstel, maar de rechtbank vond dat nog niet alle stappen waren benut.
De rechtbank wees het verzoek van de GI tot opheffing af en kende het verzoek van de vader tot verlenging van de ondertoezichtstelling toe voor een jaar. De moeder werd niet-ontvankelijk verklaard in haar zelfstandige verzoeken, omdat deze niet via een advocaat waren ingediend en niet samenhangen met de ondertoezichtstelling. De beslissing is direct uitvoerbaar bij voorraad.