ECLI:NL:RBZWB:2025:7412

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
25/4614 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet tijdige betaling griffierecht

Verzoeker diende op 4 juni 2025 een subsidieaanvraag in bij Gedeputeerde Staten van Zeeland voor de subsidieregeling Hergebruik Leegstaande Panden voor Wonen. Deze aanvraag werd op 27 augustus 2025 afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg tevens een voorlopige voorziening aan bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek om voorlopige voorziening en stelde vast dat het griffierecht van €194,- betaald moest worden binnen een door de griffier gestelde termijn. Verzoeker werd hierover per aangetekende brief geïnformeerd, maar deze brief werd niet afgehaald en retour gezonden. Een tweede betalingsverzoek per gewone post werd eveneens niet tijdig opgevolgd.

Omdat verzoeker geen verontschuldiging gaf voor het niet tijdig betalen van het griffierecht, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Hierdoor werd het verzoek niet inhoudelijk behandeld en werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4614

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 oktober 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

en

Gedeputeerde Staten van Zeeland, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van verzoekers aanvraag voor subsidie in het kader van de subsidieregeling Hergebruik Leegstaande Panden voor Wonen.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
1.2.
Verzoeker heeft op 4 juni 2025 een subsidie in het kader van de subsidieregeling Hergebruik Leegstaande Panden voor Wonen aangevraagd. Gedeputeerde Staten heeft deze aanvraag met het besluit van 27 augustus 2025 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ook heeft verzoeker een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Toetsingskader
2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. [1] In een zaak als deze is het griffierecht € 194,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn is bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
Heeft verzoeker het griffierecht tijdig betaald?
2.1.
De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 11 september 2025 verzoeker in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. De brief is verzonden naar het door verzoekers in het verzoekschrift opgegeven adres. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekende brief op 16 september 2025 niet bezorgd kon worden op dat adres, maar dat deze is bezorgd op een afhaalpunt. Verzoeker heeft deze aangetekend verzonden brief niet afgehaald, waarna de brief retour is gezonden aan het landelijk dienstencentrum van de rechtspraak. De rechtbank heeft op 8 oktober 2025 een kopie van de nota per gewone post naar verzoeker verzonden. In het begeleidend schrijven bij die brief is aan verzoeker meegedeeld dat hij nogmaals in de gelegenheid wordt gesteld om binnen twee weken het griffierecht te voldoen. Verzoeker heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
2.2.
Verzoeker heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 29 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Dit is geregeld in artikel 8:82 van Pro de Awb in samenhang met artikel 8:41 van Pro de Awb.