Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het nadere verloop van de procedure
- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 30 juli 2025 met alle daarin opgenomen en genoemde stukken;
- de briefrapportage van de GI van 7 oktober 2025, ontvangen op 7 oktober 2025;
- het bericht met bijlage van de GI, ontvangen op 13 oktober 2025;
- het bericht van de GI, ontvangen op 14 oktober 2025.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
Verder stelt de kinderrechter vast dat [minderjarige] nog steeds onverminderd ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Hij maakt zich grote zorgen over [minderjarige], zijn ontwikkeling en zijn (emotionele) veiligheid. [minderjarige] heeft in het verleden traumatische situaties meegemaakt. Zo is hij getuige geweest van huiselijk geweld tussen de ouders en het stalken door de vader als gevolg waarvan [minderjarige] mogelijk onveiligheid heeft ervaren. Gebleken is dat [minderjarige] steeds meer externaliserend gedrag op school laat zien en dat er signalen zijn dat [minderjarige] in een loyaliteitsconflict zit. Hij heeft geen onbelast contact met zijn beide ouders. Als [minderjarige] over de vader spreekt, is er volgens de hulpverlening vooral boosheid met onderliggend verdriet bij [minderjarige] te zien. Daarnaast wordt hij met volwassenproblematiek belast. Dit alles maakt dat de opvoedomgeving van [minderjarige] onveilig is en dat hij daardoor onder druk staat. Tijdens het gesprek met [minderjarige] op 29 juli 2025 heeft de kinderrechter dit ook in het gedrag van [minderjarige] waargenomen. Verder stelt de kinderrechter vast dat het de ouders de afgelopen jaren niet is gelukt om het patroon tussen hen te doorbreken. Bij beide ouders lijkt sprake te zijn van onverwerkte gebeurtenissen en het lukt de ouders niet om in het belang van [minderjarige] met elkaar te communiceren. De moeder heeft aangegeven met de vader in gesprek te willen, maar de vader staat hier niet voor open en uit de stukken blijkt dat de vader zelfs het contact met [minderjarige] hiervoor zou opgeven. Na de vorige zitting is het de kinderrechter gebleken dat de vader is vervallen in oud gedrag. Hij gaat de hulpverleningsrelatie met [stichting] niet aan, komt verward op de GI over en heeft aangegeven dat hij is lamgeslagen. Het is de vraag of het de vader echt om [minderjarige] gaat. Gelet hierop vindt de kinderrechter het noodzakelijk dat de GI in het gedwongen kader betrokken blijft om de regie te blijven voeren en [minderjarige] en de ouders te ondersteunen.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.