De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om ondertoezichtstelling van een nog ongeboren baby, gezien de onstabiele gezinssituatie en het risico dat de moeder overbelast raakt na de geboorte. De moeder was zwanger en uitgerekend in 2025, maar verscheen niet op de zitting. De Raad en de GI onderschreven het verzoek, waarbij de GI aangaf dat de moeder de controles nakomt maar de situatie kwetsbaar blijft.
De kinderrechter oordeelde dat het in het belang van de ongeboren baby is deze reeds als geboren aan te merken en onder toezicht te stellen. De moeder en vader zijn momenteel onvoldoende in staat om de bedreiging voor de ontwikkeling van de baby weg te nemen. De komst van de baby zal de gezinssituatie verzwaren, waardoor een gedwongen kader noodzakelijk is.
De ondertoezichtstelling wordt vastgesteld van 21 oktober 2025 tot 31 juli 2026, gelijklopend met de andere kinderen in het gezin. De GI krijgt de opdracht regie te voeren en de belangen van de baby te bewaken, met specifieke doelen gericht op een veilige en stabiele opvoedomgeving. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en hoger beroep is mogelijk.