De zaak betreft een verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van vier minderjarige kinderen te verlengen. De kinderen wonen bij hun moeder, die belast is met het ouderlijk gezag. Eerdere ondertoezichtstellingen zijn reeds verlengd, de laatste tot 31 oktober 2025. De GI vraagt nu verlenging tot 31 juli 2026.
De kinderrechter constateert dat de moeder sinds september 2025 positiever samenwerkt met de GI, met een afname van schoolverzuim en verbeterd contact met de school. Desondanks is de opvoedsituatie nog onvoldoende verbeterd om de ondertoezichtstelling te beëindigen. De moeder ervaart moeite met het stellen en handhaven van regels en voelt zich soms overweldigd.
De komst van een baby in het gezin verhoogt de zorgdruk, waardoor het risico op overvraging van de moeder toeneemt. De rol van de vader is onduidelijk maar lijkt positief, wat de kinderrechter hoopt te zien voortzetten. De GI blijft noodzakelijk voor regie en ondersteuning. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling met negen maanden en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad om de continuïteit van de zorg te waarborgen.