ECLI:NL:RBZWB:2025:7437

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 augustus 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
11285877 \ MB VERZ 24-724
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen verkeersboete wegens niet vastgestelde gevaarlijke lading

Betrokkene werd een administratieve boete opgelegd wegens het rijden met een voertuig waarbij losse lading mogelijk van de container kon vallen op de Westhofsezandweg te ’s-Heer Abtskerke op 28 maart 2023. Betrokkene stelde dat de lading goed was vastgemaakt en niet kon vallen, ondersteund door foto’s en eerdere jurisprudentie.

Het beroep bij de officier van justitie werd ongegrond verklaard, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Hoewel het beroepschrift te laat was ingediend, achtte de kantonrechter bijzondere omstandigheden aanwezig waardoor de termijnoverschrijding niet aan betrokkene kon worden toegerekend, mede vanwege de verwarring rondom betaling van de zekerheidstelling en het overlijden van de indiener.

Inhoudelijk oordeelde de kantonrechter dat niet was komen vast te staan dat de gedraging had plaatsgevonden, mede op basis van de foto’s die het ontbreken van gevaar aantoonden. De boete en de beslissing van de officier van justitie werden vernietigd en de betaalde zekerheidstelling werd terugbetaald aan betrokkene.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11285877 \ MB VERZ 24-724
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 6 augustus 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 23 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: met een voertuig rijden, met gevaar dat de niet deugdelijk afgedekte losse lading eraf valt op de Westhofsezandweg te ’s-Heer Abtskerke op 28 maart 2023 om 11:03 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat de lading onmogelijk van de container af kon vallen vanwege de hoogte van de container en dat het met spanbanden was vastgemaakt. Daarnaast betrof het puin/stenen, wat onmogelijk weg kon waaien. Betrokkene verwijst naar de bijgevoegde foto’s en eerdere uitspraak in een soortgelijke zaak.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren omdat het te laat is ingediend. Van bijzondere omstandigheden waardoor van de strenge lijn van het hof kan worden afgeweken is niet gebleken.
Betrokkene heeft over het al dan niet te laat indienen van het beroep aangevoerd dat zijn vader een bezwaarschrift had ingediend maar inmiddels is overleden. Waarom sprake is van een termijnoverschrijding is daarom niet meer te achterhalen. Mogelijk raakte hij verward door de betaling van de zekerheidstelling.

Overwegingen

Termijnoverschrijding
Betrokkene heeft het beroep bij de kantonrechter te laat ingesteld. Voor het instellen van beroep geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 1 januari 2024. Het beroepschrift is echter pas op 13 februari 2024 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.
De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend. Daarbij is van belang dat de indiener van het beroepschrift heeft gemeend de beroepstermijn te kunnen stuiten door betaling van de boete. Waarschijnlijk heeft hij dit gevolg gekoppeld aan het stellen van zekerheid. Aan de indiener zelf kan door zijn overlijden niet worden gevraagd hoe deze verwarring heeft kunnen ontstaan, terwijl zijn zoon, betrokkene, hier niets van weet. Onder deze omstandigheid is niet met zekerheid vast te stellen of de termijnoverschrijding al dan niet verschoonbaar is. Daar komt bij dat de beslissing op het beroep, waarin de motivering is vervat, een beroepsclausule ontbeert. Gelet hierop zal de kantonrechter betrokkene de ontvankelijkheidsvraag niet tegenwerpen en de zaak inhoudelijk beoordelen.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat uit de foto’s in het dossier blijkt dat het gestelde gevaar niet aanwezig was ten tijde van de gedraging. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 669,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en uitgesproken op 6 augustus 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: