Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering van 23 oktober 2024. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling op 27 mei 2025.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en het belang van zorgvuldige besluitvorming, wordt een termijn van vier maanden gesteld. Daarnaast wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
Omdat het beroep gegrond is, moet het UWV ook het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt het UWV op binnen de gestelde termijn een besluit op bezwaar bekend te maken.