Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden nadat eiser het UWV op 24 december 2024 in gebreke had gesteld.
Het UWV gaf aan dat de vertraging veroorzaakt wordt door een tekort aan verzekeringsartsen en dat het nog maanden kan duren voordat een hoorzitting kan plaatsvinden. De rechtbank weegt het belang van zorgvuldige besluitvorming af tegen het belang van tijdige besluitvorming en stelt daarom een termijn van vier maanden voor het UWV om alsnog te beslissen.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat de beslissing langer uitblijft, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 30 oktober 2025. Partijen kunnen binnen zes weken verzet aantekenen tegen deze uitspraak.