Eiseres heeft op 14 mei 2025 een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering bij het UWV. Het UWV heeft niet tijdig beslist, ondanks ingebrekestelling op 22 juli 2025. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is wegens overschrijding van de beslistermijn.
Het UWV gaf aan dat de vertraging veroorzaakt wordt door een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor het medisch-arbeidskundig onderzoek nog niet is uitgevoerd en onduidelijk is wanneer een besluit kan worden genomen. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, rekening houdend met het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 30 oktober 2025.