De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 31 oktober 2025 besloten de voorlopige voogdij van de gecertificeerde instelling over de minderjarige te verlengen van 8 november 2025 tot 25 januari 2026. Dit volgt op een eerdere beschikking waarbij de voorlopige voogdij reeds voor twee weken was toegekend.
De moeder van de minderjarige heeft via het FIOM laten weten af te zien van haar recht om gehoord te worden en is akkoord met het verzoek tot voorlopige voogdij. Uit de stukken blijkt dat de moeder serieus overweegt afstand te doen van de minderjarige, en zolang hierover geen duidelijkheid bestaat, is het noodzakelijk dat de gecertificeerde instelling het gezag uitoefent om de belangen van het kind te behartigen.
De kinderrechter acht de maatregel dringend en onverwijld noodzakelijk en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Tevens wordt een aantekening in het centraal gezagsregister gevraagd. De voorlopige voogdij eindigt van rechtswege na drie maanden, tenzij voor die tijd een voorziening in het gezag wordt gevraagd.