Verzoekster, eigenaar van 55 recreatiewoningen op een recreatiepark, verhuurt deze sinds 2019 aan arbeidsmigranten. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge heeft een last onder dwangsom opgelegd om deze bewoning te beëindigen, omdat deze in strijd is met het omgevingsplan. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college bevoegd is tot handhaving, omdat het huisvesten van arbeidsmigranten in strijd is met de bestemming 'Recreatie – Recreatiepark 1'. Er is geen concreet zicht op legalisatie, omdat het college een omgevingsvergunning heeft geweigerd en het bezwaar ongegrond is verklaard.
Verzoekster stelde dat het college had toegezegd niet handhavend op te treden en dat handhaving in strijd is met het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel. De voorzieningenrechter stelt vast dat geen toezegging is gedaan en dat het college het algemene belang van handhaving mag laten prevaleren. Ook het belang van verzoekster bij voortzetting van de verhuur weegt niet zwaarder.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, maar verlengt de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom tot 2 maart 2025 om de arbeidsmigranten gelegenheid te geven hun spullen te halen en alternatieve huisvesting te zoeken.