Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de WIA-uitkeringsbeslissing van 15 januari 2025. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 7 augustus 2025 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit op bezwaar moet nemen. Deze termijn is verlengd ten opzichte van de standaard twee weken vanwege de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging en de omstandigheden rondom het plannen van een hoorzitting met een verzekeringsarts.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat het besluit uitblijft, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van in totaal €453,50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 30 oktober 2025.