ECLI:NL:RBZWB:2025:7542

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
BRE 25/3860
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:54 AwbArt. 6:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken voorafgaand bezwaar tegen brede ondersteuning

Eiser, kind van een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire, heeft zich aangemeld voor brede ondersteuning bij de gemeente Terneuzen. Op 1 oktober 2024 heeft het college besloten deze ondersteuning toe te kennen met een plan van aanpak. Eiser stelde op 10 juli 2025 beroep in tegen dit besluit zonder eerst bezwaar te maken.

De rechtbank oordeelt dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht eerst bezwaar moet worden gemaakt voordat beroep kan worden ingesteld. Eiser maakte pas op 1 augustus 2025 bezwaar, na het instellen van beroep. Het beroepschrift van 10 juli 2025 wordt daarom als bezwaarschrift doorgezonden aan het college.

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wijst erop dat eiser geen griffierecht hoeft te betalen voor het bezwaarschrift. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 november 2025.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard omdat niet eerst bezwaar is gemaakt.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3860

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 november 2025 in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser van 10 juli 2025 over de brede ondersteuning door de gemeente aan eiser.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Feiten en omstandigheden

2. Eiser is kind van een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Hij heeft zich aangemeld bij het college voor hulp in het kader van de brede ondersteuning.
2.1.
Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft het college aan eiser medegedeeld dat aan hem brede ondersteuning wordt geboden conform het bijgevoegde plan van aanpak.
2.2.
Eiser heeft op 10 juli 2025 beroep ingesteld inzake de brede ondersteuning.
2.3.
Het college heeft bij brief van 18 september 2025 gereageerd op het beroepschrift en heeft de onderliggende stukken ingediend. Het college heeft opgemerkt dat niet eerder dan bij e-mail van 1 augustus 2025 bezwaar is gemaakt tegen de toekenning van de brede ondersteuning en dat op 25 september 2025 een gesprek zou plaatsvinden naar aanleiding van het ingediende bezwaarschrift.

Beoordeling door de rechtbank

3. Op grond van artikel 7:1, eerste lid, in samenhang met artikel 8:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet eerst bezwaar worden gemaakt tegen een besluit en moet het bestuursorgaan op dat bezwaar beslissen, voordat een belanghebbende beroep kan instellen bij de rechtbank.
4. De rechtbank is niet gebleken dat eiser eerder dan op 10 juli 2025, met het indienen van een beroepschrift, heeft gereageerd op het plan van aanpak. Eiser heeft dus niet eerst bezwaar gemaakt, voordat hij beroep heeft ingesteld. Hij heeft vervolgens op 1 augustus 2025 alsnog bezwaar gemaakt bij het college.
5. Als een bezwaar- of beroepschrift wordt ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan of bij een onbevoegde bestuursrechter, wordt het, onder vermelding van de datum van ontvangst, zo spoedig mogelijk doorgezonden aan het bevoegde orgaan, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender. Dit is van overeenkomstige toepassing als in plaats van een bezwaarschrift een beroepschrift is ingediend (artikel 6:15, eerste en tweede lid, van de Awb).
6. Dit betekent dat het beroepschrift van 10 juli 2025 als bezwaarschrift moet worden doorgezonden aan het college. Nu het college al in bezit is van de in het dossier aanwezige stukken zal de rechtbank deze stukken niet nogmaals toesturen, maar volstaan met deze mededeling aan partijen, met het verzoek aan het college het beroepschrift (mede) als bezwaarschrift in behandeling te nemen.
7. De rechtbank verklaart het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Eiser hoeft voor een bezwaarschrift geen griffierecht te betalen. Nu hij het griffierecht in deze zaak niet heeft betaald, is er ook geen aanleiding voor het terugstorten daarvan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van M.H.A. de Graaf, griffier, op 4 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.