ECLI:NL:RBZWB:2025:7546

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
4 november 2025
Zaaknummer
C/02/439779/ FA RK 25-4697
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Haerkens-Wouters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitspraak gemeenschappelijk verzoek echtscheiding met regeling partneralimentatie en schuldenverdeling

Partijen hebben gezamenlijk verzocht om echtscheiding wegens duurzame ontwrichting van het huwelijk, met twee minderjarige kinderen geboren in 2016 en 2019. De rechtbank heeft geen zitting gehouden, maar heeft het schriftelijk advies van de minderjarige in overweging genomen.

De rechtbank verklaart de echtscheiding uitgesproken en neemt de inboedellijst en het ouderschapsplan op als onderdeel van de beschikking. Partijen zijn het eens over het beëindigen van de partneralimentatieplicht van de man per 1 juli 2025, onder de voorwaarde dat hij de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de betaling van de gemeenschapsschulden.

Verder wordt bepaald dat de schulden die voortvloeien uit de onderneming van de man volledig aan hem worden toegerekend, waarbij hij hoofdelijk aansprakelijk is en de vrouw wordt gevrijwaard van aanspraken van derden. Partijen verlenen elkaar finale kwijting en er zijn geen verdere vorderingen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, behalve de echtscheiding zelf, die pas ingaat na inschrijving in de registers.

Uitkomst: De rechtbank spreekt de echtscheiding uit en wijst de verzoeken tot beëindiging partneralimentatie en schuldenverdeling toe.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/439779 / FA RK 25-4697
Datum uitspraak: 28 oktober 2025
Beschikking echtscheiding
in de zaak van
[de vrouw],
hierna te noemen de vrouw,
wonend in [plaats 1] ,
advocaat mr. F.J. Koningsveld uit Breda ,
en
[de man],
hierna te noemen de man,
wonend in [plaats 2] ,
advocaat mr. F.J. Koningsveld uit Breda .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van partijen met bijlage(n), ontvangen op 9 september 2025;
- de brief van mr. Koningsveld met bijlage(n) van 22 september 2025.
1.2.
Een zitting heeft niet plaatsgevonden.
1.3.
De rechtbank heeft [minderjarige 1] naar zijn mening gevraagd. Hij heeft zijn mening schriftelijk gegeven.

2.Wat vaststaat

2.1.
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2018 in [plaats 3] .
2.2.
De minderjarige kinderen van partijen zijn:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2016 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2019 in [geboorteplaats] .

3.De beoordeling

Echtscheiding
3.1.
De rechtbank spreekt de echtscheiding tussen partijen uit zoals verzocht, omdat partijen vinden dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat zij niet samen verder kunnen als echtgenoten.
Opname inboedellijst scheiding en ouderschapsplan
3.2.
Partijen hebben onderling een regeling getroffen die is vermeld in de inboedel lijst scheiding (productie 4) en het ouderschapsplan. De rechtbank zal, conform het verzoek, bepalen dat de inboedel lijst scheiding en het ouderschapsplan deel uitmaken van deze beschikking.
Partneralimentatie
3.3.
Partijen verzoeken te bepalen dat de partneralimentatieplicht van de man met ingang van 1 juli 2025 is komen te vervallen onder de voorwaarde dat de man de volledige verantwoordelijkheid draagt voor betaling van de gemeenschapsschulden. Partijen hebben deze afspraak met elkaar gemaakt. De rechtbank wijst het verzoek toe.
Afwikkeling van het huwelijksvermogensregime
3.4.
Partijen verzoeken de schulden die tot de huwelijksgemeenschap behoren en voortvloeien uit de onderneming van de man, volledig aan de man (naar de rechtbank begrijpt) toe te rekenen, te bepalen dat de man (naar de rechtbank begrijpt) in hun onderlinge verhouding uitsluitend hoofdelijk aansprakelijk zal zijn voor deze schulden, en dat de vrouw in hun onderlinge verhouding volledig wordt gevrijwaard voor iedere bestaande of toekomstige aanspraak van derden ter zake van deze schulden. De rechtbank wijst het verzoek toe.
Overige
3.5.
Partijen verzoeken elkaar finale kwijting te verlenen en dat zij, behoudens hetgeen in het verzoekschrift en ouderschapsplan is geregeld, geen verdere vorderingen op elkaar hebben. De rechtbank wijst het verzoek als hierna te melden toe.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.6.
Partijen verzoeken de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst dit verzoek toe, behalve voor de echtscheiding. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2018 in [plaats 3] ;
4.2.
bepaalt dat de onderling getroffen regeling in de inboedel lijst scheiding (productie 4) en het ouderschapsplan als in de beschikking opgenomen moet worden beschouwd onder verwijzing naar de als bijlage ingevoegde scan van de inboedel lijst scheiding en het ouderschapsplan;
4.3.
bepaalt dat de partneralimentatieplicht van de man met ingang van 1 juli 2025 is komen te vervallen onder de voorwaarde dat de man de volledige verantwoordelijkheid draagt voor betaling van de gemeenschapsschulden;
4.4.
bepaalt dat de schulden die tot de huwelijksgemeenschap behoren en voortvloeien uit de onderneming van de man volledig aan de man worden toegerekend, dat de man in de onderlinge verhouding met de vrouw uitsluitend hoofdelijk aansprakelijk zal zijn voor deze schulden, en dat de vrouw in de onderlinge verhouding met de man volledig wordt gevrijwaard voor iedere bestaande of toekomstige aanspraak van derden ter zake van deze schulden;
4.5.
bepaalt dat partijen elkaar finale kwijting verlenen en dat zij, behoudens hetgeen in bij voornoemde beslissingen (4.2., 4.3 en 4.4) en ouderschapsplan is geregeld, geen verdere vorderingen op elkaar hebben;
4.6.
verklaart de beslissing onder 4.2, 4.3., 4.4. en 4.5 uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Haerkens-Wouters, (kinder)rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van Westphal, griffier, op 28 oktober 2025.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.