Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:7559

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
AWB 23_9419 en 25_548
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • T. Peters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:19 AwbArt. 8:72 AwbArt. 21 Huisvestingswet 2014Art. 3 Huisvestingsverordening Vlissingen 2021Art. 5 Huisvestingsverordening Vlissingen 2021
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling omzettingsvergunning en weigering wijziging in gemeente Vlissingen

Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft twee beroepen tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen over een omzettingsvergunning voor het omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte.

Eiser 1 betwist de weigering van een aanvraag tot wijziging van de omzettingsvergunning, terwijl eiser 2 bezwaar maakt tegen de verlening van de oorspronkelijke omzettingsvergunning. De rechtbank concludeert dat de aanvraag van 18 april 2024 van eiser 1 ten onrechte als een nieuwe vergunningaanvraag is behandeld, terwijl het een wijzigingsverzoek betrof. Hierdoor is de weigering van 13 december 2024 onterecht en wordt dit besluit vernietigd.

De toetsing van het college aan de parkeernormen uit de Beleidsnota parkeernormering Vlissingen is onjuist toegepast bij de wijzigingsaanvraag, omdat deze normen niet gelden voor bestaande situaties maar voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De rechtbank bevestigt dat de oorspronkelijke omzettingsvergunning terecht is verleend, mede omdat aan de leefbaarheidseisen is voldaan en de bezwaren van eiser 2 onvoldoende onderbouwd zijn.

De rechtbank draagt het college op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser 1, terwijl het beroep van eiser 2 wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van de wijzigingsaanvraag en bevestigt de verlening van de oorspronkelijke omzettingsvergunning.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: BRE 23/9419 en 25/548
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2025 in de zaak tussen

1.1. [eiser 1] , uit [plaats 1] ,

(gemachtigde: mr. J. Geelhoed),

2.[eiser 2] , uit [plaats 2] ,

(gemachtigden: mr. G.G. Kranendonk en S. Vogel)
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlissingen, het college.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over een verleende omzettingsvergunning en een weigering van een aanvraag tot wijziging van die omzettingsvergunning. Eiser 1 is het niet eens met de weigering. Eiser 2 is het niet eens met de verlening van de omzettingsvergunning. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht de omzettingsvergunning heeft verleend, maar ten onrechte de wijziging van de omzettingsvergunning heeft afgewezen. Eiser 1 krijgt dus gelijk en eiser 2 krijgt geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 17 juli 2023 is het college gebleven bij de verlening van de omzettingsvergunning. Met het bestreden besluit van 13 december 2024 heeft het college de aanvraag tot wijziging van de omzettingsvergunning geweigerd.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
Het college heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft de beroepen op 10 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser 1 met zijn gemachtigde, de gemachtigde van eiser 2 en namens de gemeente [vertegenwoordiger college 1] , [vertegenwoordiger college 2] en [vertegenwoordiger college 3] .
2.3.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting niet gesloten. De rechtbank heeft een aantal vragen voorgelegd aan het college. Het college heeft hierop gereageerd op 16 april 2025. Hierna hebben eisers daarop gereageerd.
2.4.
De rechtbank heeft de beroepen op 24 september 2025 opnieuw op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser 1 met zijn gemachtigde, [partner eiser 2] (partner eiser 2), de gemachtigde van eiser 2 en namens het college [vertegenwoordiger college 2] , [vertegenwoordiger college 4] en [vertegenwoordiger college 1] .
Beoordeling door de rechtbank
De niet betwiste feiten
3. Eiser 1 heeft op 5 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een omzettingsvergunning op de locatie [adres] in [plaats 2] .
3.1.
Met het besluit van 30 januari 2023 heeft het college de vergunning verleend voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimtes met een capaciteit van maximaal acht personen, te weten studenten. Eiser heeft hiertegen bezwaar gemaakt op 8 maart 2023.
3.2.
De commissie bezwaarschriften Vlissingen heeft geadviseerd het bezwaar ongegrond te verklaren met een aanvullende motivering.
3.3.
Met het besluit van 17 juli 2023 heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard met een aanvullende motivering. Eiser 2 heeft hiertegen beroep ingesteld.
3.4.
Eiser 1 heeft op 18 april 2024 een nieuwe aanvraag ingediend voor een omzettingsvergunning voor de capaciteit van acht personen, te weten studenten en overige personen.
3.5.
De omzettingsvergunning is van rechtswege verleend. Het college heeft de omzettingsvergunning bekendgemaakt op 24 juni 2024. Eiser 2 heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
3.6.
De commissie bezwaarschriften Vlissingen heeft geadviseerd om de bezwaarschriften gegrond te verklaren en het besluit van 24 juni 2024 te herroepen.
3.7.
Met het besluit van 13 december 2024 heeft het college de bezwaren gegrond verklaard en het besluit van 24 juni 2024 herroepen. Eiser 1 heeft hiertegen beroep ingesteld.
3.8.
Eiser heeft op 17 december 2024 een nieuwe aanvraag ingediend voor een omzettingsvergunning voor de capaciteit van maximaal zeven personen. Met het besluit van 6 februari 2025 heeft het college de aanvraag geweigerd.
Toetsingskader
4. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
De omvang van het beroep
5. De rechtbank is van oordeel dat de aanvraag van 18 april 2024 ten onrechte is opgevat als een aanvraag voor een nieuwe omzettingsvergunning en opgevat had moeten worden als een aanvraag voor wijziging van de voorwaarden van de bestaande omzettingsvergunning. Eiser 1 heeft met zijn aanvraag namelijk beoogd dat de voorwaarde dat enkel mag worden verhuurd aan studenten wordt opgeheven. De besluiten van 24 juni 2024 en 6 februari 2025 zijn daarmee aan te merken als besluiten in de zin van artikel 6:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Dit betekent dat het college ten onrechte op 13 december 2024 een beslissing op bezwaar genomen. Het college had het bezwaarschrift als beroepschrift moeten doorzenden naar de rechtbank.
5.1.
De rechtbank zal hierna de beroepsgronden van eiser 1, gericht tegen de weigering van de wijziging van de voorwaarden aan de omzettingsvergunning en de gronden van eiser 2 gericht tegen het verlenen van de omzettingsvergunning (onder voorwaarden) achtereenvolgens beoordelen.
Besluit van 13 december 2024
6. Eiser heeft verzocht om wijziging van zijn bestaande omzettingsvergunning. Het college heeft de aanvraag voor wijziging afgewezen omdat volgens het college niet zou worden voldaan aan artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, van de Huisvestingsverordening Vlissingen 2023.
6.1.
Op grond van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 is het verboden om een woonruimte, behorend tot een met het oog op het behoud van de samenstelling van de woonruimtevoorraad door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening aangewezen categorie woonruimte en die is gelegen in een in de huisvestingsverordening aangewezen gebied, zonder vergunning van burgemeester en wethouders van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden.
Op 1 januari 2024 is de Huisvestingsverordening Vlissingen 2023 in werking getreden. Op grond van artikel 3, eerste lid, onder b, van die Huisvestingsverordening is het verboden om zonder omgevingsvergunning voor het wijzigen in de samenstelling van de woningvoorraad een woonruimte zoals aangewezen op grond van de verordening van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten. In artikel 6 zijn Pro de weigeringsgronden opgenomen. Er is sprake van een limitatief-imperatief stelsel. Dit betekent dat indien aan één of meer van de weigeringsgronden wordt voldaan, de omzettingsvergunning geweigerd dient te worden en indien geen sprake is van één van de weigeringsgronden, de omzettingsvergunning verleent dient te worden.
6.2.
Op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, wordt de vergunning geweigerd indien vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, de beheersverordening of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening, danwel met het omgevingsplan of de omgevingsvergunning voor afwijken van het omgevingsplan.
6.3.
Het college heeft de aanvraag getoetst aan het omgevingsplan van de gemeente Vlissingen. Op de locatie is het Paraplubestemmingsplan parkeernormering, dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, van toepassing. Artikel 4.1 van het Paraplubestemmingsplan parkeernormering bepaalt dat tot een strijdig gebruik met de geldende bestemming in ieder geval wordt gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken, waarbij niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is opgenomen in de Beleidsnota parkeernormering Vlissingen en diens rechtsopvolger(s). Aan de Beleidsnota parkeernormering wordt volgens het college niet voldaan.
6.4.
Eiser 1 heeft betoogd dat de aanvraag niet geweigerd kon worden op grond van de parkeernormen. Als dat al zou kunnen, wordt aan de normen voldaan, zodat daarin geen grond voor weigering ligt. Het college sluit ten onrechte aan bij de parkeernorm voor appartementen. Het college had daarnaast, gelet op het voorgaande gebruik, 4,5 parkeerplaatsen moeten aftrekken van de parkeerbehoefte. Er zijn voldoende paarkeerplaatsen aanwezig. Voor zover het college stelt dat de bezettingsgraad te hoog is in de omgeving, is dat niet onderbouwd met objectieve gegevens.
6.5.
Het college heeft aangevoerd dat de aanvraag terecht is geweigerd op grond van de geldende parkeernormen. De wijziging van de omzettingsvergunning brengt een extra parkeervraag van 6,4 parkeervakken met zich mee. De wijziging van de functie van winkel/wooneenheid naar acht onzelfstandige wooneenheden leidt tot een behoefte van 3,2 parkeerplaatsen. Bij omzetting van acht studentenkamers naar onzelfstandige woonheden is sprake van een behoefte van 4,4 parkeerplaatsen. Nu de behoefte meer dan 2,5 parkeerplaatsen behelst, wordt geen vrijstelling verleend. Daarnaast is de bezettingsgraad in het gebied te hoog. Er is niet voldoende parkeercapaciteit aanwezig.
6.6.
Eiser 2 heeft gesteld het college de aanvraag terecht heeft geweigerd op grond van de geldende parkeernormen. Het college heeft terecht getoetst aan de parkeernormen die volgen uit het Omgevingsplan. De wijziging van de voorgaande functie tot onzelfstandige wooneenheden brengt een parkeerbehoefte van 7,5 parkeerplaatsen met zich mee. Er zijn niet voldoende parkeerplaatsen aanwezig op eigen terrein. Daarnaast zijn in de omgeving onvoldoende parkeerplaatsen aanwezig om de parkeerdruk op te vangen.
6.7.
De rechtbank is van oordeel dat het college de aanvraag tot wijziging van de bestaande omzettingsvergunning ten onrechte heeft geweigerd. In paragraaf 3.1 van de Beleidsnota parkeernormering is opgenomen dat op parkeervraagstukken in een bestaande (woon)omgeving de parkeernormen niet van toepassing zijn. Daarbij geldt als uitgangspunt dat nieuwe ontwikkelingen een eigen parkeervraag met zich meebrengen en daarmee meer parkeerdruk zullen genereren. De parkeernormen in de nota zijn dan ook van toepassing op toetsing van een aanvraag omgevingsvergunning (en niet op bestaande situaties) voor nieuwbouw, vergroting/uitbreiding/splitsing van een pand en functie/bestemmingswijziging. Hieruit volgt dat de parkeernormen enkel een rol spelen bij de toetsing van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit of de omgevingsplanactiviteit. De parkeernormen uit de Beleidsnota kunnen dan ook geen rol spelen bij de beoordeling avn een omzettingsvergunning. Tussen partijen is ook niet in geschil dat het gebruik van het pand niet in strijd is met de enkelbestemming ‘Wonen’ uit het bestemmingsplan “Oost-Souburg”, dat ook onderdeel maakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het college heeft de aanvraag daarmee ten onrechte getoetst aan de Beleidsnota parkeernormering Vlissingen en geweigerd op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, van de Huisvestingsverordening 2023. Het beroep van eiser 1 slaagt.
Besluit 17 juli 2023
7. Eiser 1 heeft een aanvraag ingediend voor een omzettingsvergunning om de woning te kunnen verhuren aan studenten. Het college heeft deze omzettingsvergunning verleend en deze is in stand gebleven met het besluit van 17 juli 2023. Eiser 2 is het daarmee niet eens.
7.1.
Ten tijde van het besluit van 17 juli 2023 gold de Huisvestingsverordening Vlissingen 2021, zoals vastgesteld op 18 maart 2021. Op grond van artikel 3, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Vlissingen 2021 is het verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders een woonruimte, zoals aangewezen op grond van de verordening, van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten. In artikel 5 zijn Pro de weigeringsgronden opgenomen. Ook hier is sprake van een limitatief-imperatief stelsel. Dit betekent dat indien aan één of meer van de weigeringsgronden wordt voldaan, de omzettingsvergunning geweigerd dient te worden en indien geen sprake is van één van de weigeringsgronden, de omzettingsvergunning verleent dient te worden.
7.2.
Op grond van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingsverordening 2021 wordt een vergunning geweigerd indien niet wordt voldaan aan de leefbaarheidseisen en -maatregelen als bedoeld in artikel 6, daaronder begrepen de eisen en maatregelen voorschreven in de op grond van artikel 6 door Pro burgemeester en wethouders vastgestelde ‘Beleidsnotitie en beleidsregels omzetten en splitsen zelfstandige woonruimte’. De toets aan leefbaarheid heeft betrekking op de fysieke leefbaarheidseisen, waaronder normen van geluidsisolatie en de vraag of een inbreuk op of aantasting van een geordend woon- en leefmilieu en de leefbaarheid in de omgeving van het pand, waarop de aanvraag betrekking heeft, redelijkerwijs valt te verwachten.
7.3.
Eiser 2 heeft betoogd dat niet wordt voldaan aan artikel 5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingsverordening 2021 en dat de aanvraag voor de omzettingsvergunning daarom geweigerd zou moeten zijn. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de leefbaarheid in de wijk. De leefbaarheidsscore staat momenteel onder druk door verschillende factoren, waaronder een drugshandelaar die uit zijn woning gezet zou zijn, nieuwe mensen in de wijk die uit hun vorige woning gezet zouden zijn door overlast, alleenstaande mensen met drank- en drugsverslavingen en de eerdere aanwezigheid van een coffeeshop. Daarnaast is sprake van een te hoge parkeerdruk in de wijk.
7.4.
De rechtbank is van oordeel dat het college voldoende heeft onderbouwd dat wordt voldaan aan de leefbaarheidseisen. Het college heeft de aanvraag beoordeeld aan de hand van de Beleidsnotitie en beleidsregels omzetten en splitsen zelfstandige woonruimte Vlissingen 2021 (hierna: beleidsnotitie). Op grond van de beleidsnotitie wordt een aanvraag beoordeeld aan de hand van de leefbaarheidseisen en de algemene leefbaarheidstoets. Aan de leefbaarheidseisen uit de beleidsnotitie wordt voldaan. Dat is tussen partijen ook niet in geschil. Het college heeft gekeken naar de score van de wijk in de meest recente wijkenmonitor om de algemene leefbaarheid te beoordelen. De wijk Lemon Vlissingen scoorde bij de leefbaarheidsmonitor een 7,7. Met betrekking tot de parkeergelegenheid scoorde de wijk een 5,7. Gelet op de hoge score bij de leefbaarheidsmonitor, heeft het college kunnen oordelen dat wordt voldaan aan de leefbaarheidstoets. Het college heeft terecht geen doorslaggevende betekenis toegekend aan de omstandigheden die eiseres benoemd.
7.5.
Voor zover eiser 2 heeft aangevoerd dat de parkeerdruk te hoog zou zijn, is de rechtbank van oordeel dat dit niet valt onder de leefbaarheidstoets. Op grond van artikel 5, eerste lid, onder g, van de Huisvestingsverordening 2021 wordt de omzettingsvergunning geweigerd indien niet wordt voldaan aan het bestemmingsplan. Uit rechtsoverweging 6.7. volgt dat de parkeernormen die gelden op grond van het Omgevingsplan, niet van toepassing zijn op onderhavig geval. De omzettingsvergunning kan daardoor niet worden geweigerd op grond van de parkeernormen. Het beroep van eiser 2 slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
8. De beroep van eiser 1 is gericht tegen het besluit van 13 december 2024 gegrond. Dit betekent dat het college ten onrechte de aanvraag van eiser 1 voor wijziging van de voorwaarden aan zijn omzettingsvergunning heeft geweigerd. De rechtbank vernietigt daarom het besluit van 13 december 2024. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van de besluiten in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Ook draagt de rechtbank niet aan het college op om het gebrek te herstellen met een betere motivering of een ander besluit (een zogenoemde bestuurlijke lus). Dit omdat dit volgens de rechtbank geen doelmatige en efficiënte manier is om de zaak af te doen.
8.1.
Het beroep van eiser 2 is ongegrond. Dit betekent dat het college de omzettingsvergunning heeft verleend.
8.2.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het college hiervoor zes weken.
8.3.
Omdat het beroep van eiser 1 gegrond is moet het college het griffierecht aan eiser 1 vergoeden en krijgen eiser 1 ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet die vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2721,-, omdat de gemachtigde van eiser 1 een beroepsschrift heeft ingediend (1 punt), een schriftelijke zienswijze heeft ingediend na aanvullende reactie van het college (0,5 punt), en tweemaal is verschenen op zitting (1,5 punt). Het college hoeft het griffierecht van eiser 2 niet te vergoeden en eiser 2 krijgt ook gen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep van eiser 1 gericht tegen het besluit van 13 december 2024 gegrond;
- vernietigt het besluit van 13 december 2024 en herroept het besluit van 24 juni 2024;
- draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van eiser 1 voor wijziging van de voorwaarden aan zijn omzettingsvergunning met inachtneming van deze uitspraak;
- verklaart het beroep van eiser 2 ongegrond;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 184,- aan eisers moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 2721,- aan proceskosten aan eiser 1.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, rechter, in aanwezigheid van mr. T.A.A. van Hooijdonk, griffier, op 5 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Huisvestingswet 2014
Artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de HuisvestingswetHet is verboden om een woonruimte, behorend tot een met het oog op het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad door de gemeenteraad in de huisvestingsverordening aangewezen categorie woonruimte en die gelegen is in een in de huisvestingsverordening aangewezen gebied, zonder vergunning van burgemeester en wethouders van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden.
Huisvestingsverordening 2021
Artikel 3, eerste lid, onder b, van de Huisvestingsverordening
Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders een woonruimte, aangewezen in artikel 2 van Pro zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten.
Artikel 5 van Pro de Huisvestingsverordening
1. Een vergunning als bedoeld in artikel 4 wordt Pro geweigerd indien:
[…]
d. niet wordt voldaan aan de leefbaarheidseisen- en maatregelen als bedoeld in artikel 6, daaronder begrepen de eisen en maatregelen, voorgeschreven in de op grond van artikel 6 door Pro burgemeester en wethouders vastgestelde ‘ Beleidsnotitie en beleidsregels omzetten en splitsen zelfstandige woonruimte’;
[…]
g. vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, de beheersverordening, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening.
[…]
Artikel 6 van Pro de Huisvestingsverordening
1. De toets aan leefbaarheid heeft betrekking op:
a. de fysieke leefbaarheidseisen:
- de aanwezigheid van gemeenschappelijke woon-, leef- of verblijfsruimte ingeval van omzetting;
- de gebruiksoppervlakte van de woonruimte;
- normen voor geluidsisolatie;
- inpandige berging en stallingsruimte voor fietsen;
- andere fysieke aspecten, die de leefbaarheid negatief beïnvloeden;
b. de vraag of een inbreuk op of aantasting van een geordend woon- en leefmilieu en de leefbaarheid in de omgeving van het pand, waarop de aanvraag betrekking heeft, redelijkerwijs valt te verwachten.
2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd:
a. een beleidsnotitie en beleidsregels op te stellen, te wijzigen of aan te vullen ten aanzien van de leefbaarheidstoets als bedoeld in lid 1;
b. een gebied, wijk of straat aan te wijzen, waar het met het oog op een geordend woon- en leefmilieu ongewenst is, dat er sprake is van meer zelfstandige of onzelfstandige woonruimten;
c. voor een gebied, wijk of straat een quotum vast te stellen voor het aantal te verlenen vergunningen per kalenderjaar.
Huisvestingsverordening Vlissingen 2023
Artikel 2 van Pro de Huisvestingsverordening
Het bepaalde in hoofdstuk 2 is van toepassing op woonruimten met een WOZ-waarde tot € 355.000,- .
Artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening
Het is verboden om zonder vergunning voor wijziging(en) in de samenstelling van de woonruimtevoorraad een woonruimte zoals aanwezen in artikel 2 van Pro zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten.
Artikel 6, eerste lid, van de Huisvestingsverordening
Een vergunning wordt geweigerd, indien:
[…]
e. vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, de beheersverordening of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening, danwel met het omgevingsplan of de omgevingsvergunning voor afwijken van het omgevingsplan;
[…]
Paraplubestemmingsplan parkeernormering
Artikel 4.1 van het bestemmingsplan
Tot een strijdig gebruik met de in artikel 2.1 genoemde bestemmingsplannen en beheersverordeningen geldende bestemming(en) wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden of bouwwerken, waarbij niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is opgenomen in de 'Beleidsnota parkeernormering Vlissingen' en diens rechtsopvolger(s).
Artikel 4.2 van het bestemmingsplan
Een omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen, het uitbreiden en/of het wijzigen van de bestemming van gebouwen en gronden van de in artikel 2.1 genoemde plannen wordt slechts verleend, indien bij de aanvraag is aangetoond, dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de normering, zoals deze is opgenomen in de 'Beleidsnota parkeernormering Vlissingen' en diens rechtsopvolger(s).
Beleidsnota parkeernormering Vlissingen
Paragraaf 3.1 van de Beleidsnota
Parkeernormen niet van toepassing op bestaande omgeving
Op parkeervraagstukken (zoals bijvoorbeeld inzicht in een bestaande parkeerdruk) in een bestaande (woon)omgeving zijn de parkeernormen uit deze nota niet van toepassing. De reden hiervoor is dat de bestaande (woon)omgevingen ontwikkeld en gerealiseerd zijn op basis van oudere normen en een historisch mobiliteitsbeeld. Oplossingen voor deze parkeervraagstukken is maatwerk en dient op basis van metingen (parkeeronderzoek) bekeken te worden. In veel gevallen zijn oplossingen alleen te realiseren met een integrale aanpak, bijvoorbeeld om bij een reconstructie te kijken of extra parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden.
Parkeernormen alleen van toepassing op nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen
Als uitgangspunt geldt dat nieuwe ontwikkelingen een eigen parkeervraag met zich meebrengen en daarmee meer parkeerdruk zullen genereren. De parkeernormen in deze nota zijn dan ook van toepassing op de toetsing van een aanvraag omgevingsvergunning (en niet voor bestaande situaties):
1. Nieuwbouw; van ‘niets’ (braakliggend terrein) naar een ruimtelijke ontwikkeling.
2. Vergroting/uitbreiding/splitsing van een pand. De uitbreiding/splitsing zal immers leiden tot een verhoogde parkeervraag;
3. Functie/bestemmingswijziging: eventueel in combinatie met verbouwingsactiviteiten, waarbij het nieuwe gebruik/de nieuwe functie een meer verkeersaantrekkend karakter heeft;
[…]