Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Deze toestemming geldt zolang:
“EBITDA van de groep waar de debiteur deel van uitmaakt”en dat in de akte [b.v. 2] en [b.v. 3] worden aangeduid als ‘de debiteur’. Met andere woorden, de ‘groep’ omvat meer vennootschappen dan alleen de debiteur, zijnde [b.v. 2] en [b.v. 3] . Het betreft alle hiervoor genoemde vennootschappen, aldus [b.v. 1] .
“(i) [b.v. 2] niet in verzuim is jegens Rabobank ten aanzien van de verplichtingen voortvloeiende uit de Kredietovereenkomst en (ii) de (geconsolideerde) EBITDA van de groep waar [b.v. 2] deel van uitmaakt hoger is dan EUR 1.200.000”.Verder kan uit de correspondentie worden afgeleid dat Rabobank de bevoegdheid wilde behouden om de drempel te verhogen in een geval:
“waarbij een nieuwe financiering aangegaan wordt voor bijvoorbeeld een overname van een gelijksoortig bedrijf. Vanzelfsprekend dient in een dergelijk geval het EBITDA van de onderneming voldoende te zijn om zowel de huidige, als de nieuwe lasten te kunnen dragen”.Over andere entiteiten dan [b.v. 2] en haar (toekomstige) dochter(s) wordt door Rabobank en partijen niet gesproken. Als ook de EBITDA-cijfers van [b.v. 4] , [b.v. 5] en [b.v. 6] bepalend hadden moeten zijn voor het antwoord op de vraag of de drempel van € 1.200.000,00 is gehaald, dan mocht worden verwacht dat deze vennootschappen expliciet in de achterstellingsakte zouden worden genoemd. Dat is niet het geval. In de overgelegde stukken bevinden zich geen aanknopingspunten op grond waarvan aangenomen kan worden dat [b.v. 1] redelijkerwijs ervan mocht uitgaan dat met het begrip ‘groep’ in de achterstellingsakte meer vennootschappen zijn bedoeld dan [b.v. 2] en haar dochter [b.v. 3] . Dat, zoals [b.v. 1] aanvoert, in de achterstellingsakte [b.v. 2] en [b.v. 3] worden aangeduid als ‘de debiteur’, maakt dat niet anders. In de akte is immers ook opgenomen:
“Zijn er meer debiteuren, dan bedoelen wij met debiteur zowel alle debiteuren samen als iedere aparte debiteur”.Dit strookt met de bedoeling van Rabobank om als uitgangspunt te nemen de EBITDA van op dit moment alleen [b.v. 2] en [b.v. 3] en wellicht later inclusief dochters die ook tot deze groep zijn gaan behoren. Ook in het verder door [b.v. 1] gestelde worden geen doorslaggevende aanknopingspunten gevonden voor de door haar voorgestane uitleg.