ECLI:NL:RBZWB:2025:758
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV na herziening dagloon in WIA-zaak
Verzoeker stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 21 maart 2023 waarin zijn bezwaar tegen het vastgestelde dagloon werd afgewezen. Tijdens de procedure herzag het UWV het dagloon bij brief van 29 oktober 2024, waarna verzoeker zijn beroep introk.
De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling van het UWV. Omdat het UWV geheel aan het beroep tegemoet was gekomen, wees de rechtbank het verzoek toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van € 1.294,- voor de kosten van de bezwaarfase, waarin hij werd bijgestaan door een gemachtigde.
De rechtbank wees de vergoeding van kosten in de beroepsfase af omdat verzoeker zonder gemachtigde optrad en geen kosten aannemelijk maakte. Reiskosten werden niet vergoed omdat de hoorzitting telefonisch plaatsvond. Het griffierecht van € 50,- moet door het UWV rechtstreeks aan verzoeker worden vergoed.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.294,- aan proceskosten aan verzoeker na herziening van het dagloon.