ECLI:NL:RBZWB:2025:7582

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
5 november 2025
Zaaknummer
BRE 25/3229
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 WsgArt. 6:107 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag uitkering naaste Schadefonds geweldsmisdrijven wegens ontbreken ernstig en blijvend letsel

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven als naaste van zijn broer, die slachtoffer werd van een geweldsmisdrijf waarbij hij een schotverwonding opliep. De Commissie Schadefonds heeft de aanvraag afgewezen omdat niet is vastgesteld dat de broer van eiser ernstige en blijvende lichamelijke of psychische problemen heeft als gevolg van het misdrijf.

Eiser maakte bezwaar en leverde aanvullende medische informatie aan, waaronder een brief van een nefroloog. Desondanks bleef de Commissie bij haar afwijzing, gesteund door het advies van haar medisch adviseur die concludeerde dat het nierletsel in letselcategorie 4 valt en niet voldoet aan de criteria voor een uitkering aan naasten. Eiser betoogde dat de Commissie de ernst en blijvendheid van het letsel onderschatte en onvoldoende rekening hield met de bredere context en betrokkenheid van de naaste.

De rechtbank oordeelt dat de Commissie haar besluit voldoende heeft gemotiveerd en dat de medische adviezen zorgvuldig en consistent zijn. Het ontbreken van een exacte AMA-score mocht geen reden zijn voor afwijzing, maar de Commissie heeft op basis van het beschikbare bewijs terecht geconcludeerd dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor een uitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen recht heeft op de gevraagde uitkering en ook geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3229

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2025 in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, de Commissie.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiser om een uitkering als naaste uit het Schadefonds geweldsmisdrijven (hierna: het Schadefonds). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is, omdat eiser niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een uitkering uit het Schadefonds. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 26 mei 2025 op het bezwaar van eiser is de Commissie bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De Commissie heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 25 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en namens de Commissie mr. Y. Pieters
.

Beoordeling door de rechtbank

Feiten en omstandigheden
3. Eiser heeft op 3 januari 2025 verzocht om een uitkering uit het Schadefonds als naaste, omdat zijn broer op 21 mei 2019 slachtoffer is geworden van een geweldsmisdrijf. Door dit misdrijf liep de broer een schotverwonding op.
3.1.
Met een besluit van 27 februari 2025 heeft de Commissie de aanvraag van eiser afgewezen. De Commissie heeft geconstateerd dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een uitkering uit het Schadefonds, omdat niet is gebleken dat de broer van eiser ernstige en blijvende lichamelijke of psychische problemen heeft door het geweldsmisdrijf.
3.2.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en daarbij informatie overgelegd.
3.3.
Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft de Commissie op 25 maart 2025 aanvullende medische informatie opgevraagd bij eiser. Eiser heeft dit op 3 april 2025 gedaan. Per mail van 7 april 2025 heeft de Commissie aangegeven dat die informatie niet voldoende is en nogmaals verzocht om informatie waaruit blijkt voor hoeveel procent er sprake is van een functiestoornis aan de hand van de AMA-guides. Op 7 mei 2025 heeft eiser een brief van [de nefroloog] van 7 mei 2025 aan de Commissie overgelegd.
3.4.
Vervolgens heeft de Commissie het bestreden besluit genomen. De Commissie blijft bij haar oordeel dat zij op basis van de overgelegde medische informatie niet kan beoordelen dat sprake is van zeer ernstig en blijvend letsel bij de broer van eiser. De Commissie baseert zich hiervoor onder meer op de adviezen van haar medisch adviseur van 16 en 17 mei 2025.
Beroepsgronden
4. Eiser stelt dat de Commissie de ernst en blijvendheid van het letsel heeft onderschat. Bij de beoordeling is slechts gekeken naar het uiteindelijke nierletsel en is geen rekening gehouden met de bredere context van het geweldsmisdrijf en de gevolgen daarvan als geheel. De Commissie baseert de afwijzing op het ontbreken van een exacte AMA [1] -score, terwijl [de nefroloog] heeft aangegeven hier geen uitspraken over te kunnen doen. Het ontbreken van de AMA-score mag geen reden zijn voor de afwijzing. Daarnaast stelt eiser dat zijn betrokkenheid als naaste onvoldoende is erkend en meegewogen in het bestreden besluit. De Commissie handelt inconsistent en onduidelijk door te wisselen in de toekenning van de letselcategorie. De Commissie heeft immers al erkend dat sprake is van zeer ernstig en blijvend letsel door aan zijn broer in 2024 een uitkering op basis van letselcategorie 5 toe te kennen.
Beoordelingskader
5. Op grond van artikel 3, eerste lid onder a, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (hierna: Wsg) kunnen uit het Schadefonds uitkeringen worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen.
5.1.
Op grond van artikel 3, eerste lid onder c, van de Wsg kan – onder meer – een uitkering worden gedaan aan naasten van een persoon genoemd onder a, indien deze ten gevolge van het misdrijf ernstig en blijvend letsel heeft, als bedoeld in artikel 107, eerste lid, onder b, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
5.2.
De hoogste bestuursrechter in dit soort zaken, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), heeft in eerdere uitspraken [2] uitgelegd dat een uitkering uit het fonds een financiële tegemoetkoming is, die wordt betaald met belastinggeld. Het moet worden gezien als een uiting van solidariteit van de samenleving met het slachtoffer. De Commissie moet deze uitkering kunnen uitleggen aan de maatschappij. Zij doet dit door goed te kijken naar de stukken die een aanvrager heeft opgestuurd.
5.3.
Bij het beoordelen van een aanvraag om een uitkering hanteert de Commissie beleid. Dit beleid is neergelegd in de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: het beleid). [3] Omdat in artikel 6:107 BW Pro geen verdere invulling wordt gegeven aan het begrip ernstig en blijvend letsel, sluit de Commissie voor de invulling van het begrip aan bij de bedoeling van de wetgever en op termijn bij de invulling door de rechtspraak.
5.4.
In het beleid is opgenomen dat er in ieder geval sprake is van ernstig blijvend letsel indien dit leidt tot een blijvende functiestoornis van het lichaam van 70% of meer. De functiestoornis wordt bepaald aan de hand van de AMA-guides, een kwantificatiemodel voor invaliditeit. De functiestoornis van 70% is een indicatie. Het is aan de medisch adviseur om de individuele omstandigheden van het geval te beoordelen. Er kan ook sprake zijn van ernstig en blijvend letsel als de lichamelijke component van het letsel minder ernstig is. Zo kan bijvoorbeeld hersenletsel dat leidt tot ernstige karakter- en gedragsveranderingen van het slachtoffer grote gevolgen hebben voor de naasten. Dit geldt ook voor letsel dat leidt tot het verlies of een ernstige verstoring van lichamelijk contact, zoals derdegraadsbrandwonden over grote delen van het lichaam of (mentaal) letsel dat ertoe leidt dat iemand onmogelijk nog voor zichzelf kan zorgen. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel is opgenomen dat het vereiste ‘blijvend’ betekent dat het vooruitzicht ontbreekt dat de letselgevolgen na verloop van tijd verminderen, althans in een mate dat het letsel niet meer als ernstig valt aan te merken. In geval van blijvend letsel is de ommezwaai in het leven van het slachtoffer en de naaste in de regel het meest evident. Het gaat er dan ook om dat een naaste gedurende lange tijd op indringende wijze met de ingrijpende gevolgen van het geweldsmisdrijf wordt geconfronteerd. Voorbeelden hiervan zijn: functioneel verlies van beide ogen, algeheel verlies van het vermogen tot spreken, hoge dwarslaesie en anatomisch verlies van beide armen. Ook psychisch letsel kan ernstig en blijvend zijn. Het letsel moet medisch objectiveerbaar zijn en bij de beoordeling is de invloed van het ernstige en blijvende psychische letsel op het leven van het slachtoffer en de naaste van zwaarwegend belang.
Heeft de Commissie de aanvraag om een uitkering mogen afwijzen?
6. De rechtbank is van oordeel dat de Commissie voldoende gemotiveerd heeft dat niet is voldaan aan de voorwaarden om een aanmerking te komen voor een uitkering uit het Schadefonds. De Commissie heeft in het bestreden besluit overwogen dat aan de hand van de beschikbare medische gegevens niet kan worden geconcludeerd dat het letsel van de broer van eiser zeer ernstig en blijvend is. Volgens de Commissie kan zij niet vaststellen dat sprake is van een blijvende functiestoornis van 70% of meer. Hiervoor heeft de Commissie zich gebaseerd op de adviezen van de medisch adviseur van 16 en 17 mei 2025. De medisch adviseur constateert dat het nierletsel in letselcategorie 4 valt en geen letsel is wat in aanmerking komt voor een naaste aanvraag. Dat door andere factoren bij de broer van eiser uiteindelijk letselcategorie 5 is geadviseerd doet volgens de medisch adviseur niets af aan de daadwerkelijke functiestoornis van het orgaan. De adviezen geven blijk van een zorgvuldig onderzoek en zijn inzichtelijk en consistent. Eiser heeft geen concrete stukken of een tegenadvies aangeleverd die aanleiding geven om aan de juistheid van de adviezen te twijfelen. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding waarom de Commissie zich hierop niet mocht baseren. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de Commissie de aanvraag van eiser om een uitkering uit het Schadefonds dus afwijzen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.L.E. Ides Peeters, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Wilbrink, griffier, op 5 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Voetnoten

1.American Medical Association.
2.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 3 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2697.
3.Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven 1 juli 2024.