Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 november 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats], eiser
Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, de Commissie.
Samenvatting
Procesverloop
.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven als naaste van zijn broer, die slachtoffer werd van een geweldsmisdrijf waarbij hij een schotverwonding opliep. De Commissie Schadefonds heeft de aanvraag afgewezen omdat niet is vastgesteld dat de broer van eiser ernstige en blijvende lichamelijke of psychische problemen heeft als gevolg van het misdrijf.
Eiser maakte bezwaar en leverde aanvullende medische informatie aan, waaronder een brief van een nefroloog. Desondanks bleef de Commissie bij haar afwijzing, gesteund door het advies van haar medisch adviseur die concludeerde dat het nierletsel in letselcategorie 4 valt en niet voldoet aan de criteria voor een uitkering aan naasten. Eiser betoogde dat de Commissie de ernst en blijvendheid van het letsel onderschatte en onvoldoende rekening hield met de bredere context en betrokkenheid van de naaste.
De rechtbank oordeelt dat de Commissie haar besluit voldoende heeft gemotiveerd en dat de medische adviezen zorgvuldig en consistent zijn. Het ontbreken van een exacte AMA-score mocht geen reden zijn voor afwijzing, maar de Commissie heeft op basis van het beschikbare bewijs terecht geconcludeerd dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor een uitkering. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen recht heeft op de gevraagde uitkering en ook geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een uitkering uit het Schadefonds wordt afgewezen.