De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 5 november 2025 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte, die zich op 15 juni en 11 juli 2025 schuldig maakte aan twee winkeldiefstallen bij Albert Heijn. De feiten werden wettig en overtuigend bewezen met aangifte, bekennende verklaring en camerabeelden. De verdediging voerde vrijwillige terugtred aan voor het tweede feit, maar de rechtbank verwierp dit omdat sprake was van voltooide diefstal.
Verdachte heeft een uitgebreide justitiële geschiedenis met veelvuldige recidive, lichte verstandelijke beperking en middelenverslaving. Ondanks eerdere gevangenisstraffen en behandeltrajecten bleef hij strafbare feiten plegen, ook tijdens schorsing van voorlopige hechtenis. De reclassering en deskundigen adviseerden een onvoorwaardelijke ISD-maatregel.
De rechtbank stelde vast dat aan de wettelijke voorwaarden voor oplegging van een ISD-maatregel is voldaan en dat deze maatregel noodzakelijk is ter bescherming van de maatschappij en ter beëindiging van recidive. Een voorwaardelijke maatregel werd niet passend geacht vanwege het hoge recidiverisico en het ontbreken van beschermende factoren.
De rechtbank legde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar op zonder aftrek van voorarrest. Daarnaast werden inbeslaggenomen messen aan verdachte teruggegeven en verdovende middelen onttrokken aan het verkeer. Vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen werden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard.