ECLI:NL:RBZWB:2025:7590
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- G.M.J. Kok
- C.H.M. Pastoors
- P.K.J. van der Wal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing ISD-maatregel ondanks ongewenstverklaring vreemdeling
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van de verdediging om de ISD-maatregel tussentijds op te heffen voor een veroordeelde die tot ongewenst vreemdeling is verklaard en bereid is terug te keren naar Polen.
De verdediging voerde aan dat voortzetting van de maatregel niet langer zinvol is vanwege de intrekking van het verblijfsrecht en een plan voor terugkeer naar het land van herkomst. De penitentiaire inrichting en de officier van justitie stelden echter dat het recidiverisico onverminderd hoog is en dat voortzetting noodzakelijk is ter bescherming van de maatschappij.
De rechtbank stelde vast dat de behandeling van de verslavingsproblematiek nog minimaal is en dat de mogelijkheden voor begeleiding via een VRIS-inrichting nog niet zijn uitgeput. Ook achtte de rechtbank de reguliere weg via overplaatsing naar een VRIS-locatie het meest geschikt voor een duurzame terugkeer.
Daarom werd het verzoek tot opheffing van de ISD-maatregel afgewezen. De rechtbank benadrukte dat de maatregel mogelijk eerder kan worden beëindigd door de minister indien de veroordeelde optimaal meewerkt aan behandeling en begeleiding.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van de ISD-maatregel wordt afgewezen en de maatregel wordt voortgezet.