ECLI:NL:RBZWB:2025:7605
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- R.P. Broeders
- R.J. Wesel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bouwvergunning woning
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de vergunning voor het bouwen van een woning op een adres in de gemeente Noord-Beveland. Het college van burgemeester en wethouders had de vergunning verleend en na bezwaar een nieuwe vergunning afgegeven. De voorzieningenrechter beoordeelt het verzoek zonder zitting omdat het kennelijk ongegrond is.
De bouw van de woning is al bijna voltooid; alleen de kozijnen moeten nog geplaatst worden. De voorzieningenrechter stelt dat het risico voor de vergunninghouder groot is als zonder onherroepelijke vergunning wordt gebouwd, maar dat het verzoek om schorsing van de vergunning in dit stadium te ver gaat. Het plaatsen van de kozijnen maakt de bouw niet onomkeerbaar in die mate dat schorsing gerechtvaardigd is.
Verzoekster vreest dat de woning in gebruik wordt genomen met negatieve gevolgen voor haar privacy en sociale veiligheid. De voorzieningenrechter vindt het echter oneigenlijk om de bouw stil te leggen om gebruik te voorkomen dat volgens het omgevingsplan is toegestaan. Daarom is er onvoldoende spoedeisend belang en wordt het verzoek afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de bouwvergunning wordt afgewezen omdat de bouw al ver gevorderd is en het belang van de vergunninghouder zwaarder weegt.