Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[minderjarige], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 2020, hierna te noemen [minderjarige] .
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil in conventie en reconventie
(de voorzieningenrechter leest: de vrouw)te veroordelen in de kosten van het geding, waaronder begrepen de nakosten.
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
[naam] voorgedaan dat schadelijk voor haar ontwikkeling is. De vrouw betwist dat zij middelen zou gebruiken, althans niet in aanwezigheid van [minderjarige] , en dat zij niet in staat zou zijn om op passende wijze zorg te dragen voor [minderjarige] . Er heeft zich in de zomervakantie inderdaad een incident voorgedaan, echter de vrouw had hierin geen aandeel. Het was de heer [naam], en niet zij, die drugs had gebruikt en hierdoor zichzelf niet meer in de hand had. De vrouw heeft tijdens dit incident adequaat gehandeld door contact op te nemen met de man met de vraag [minderjarige] op te halen met als doel [minderjarige] veilig te stellen.