ECLI:NL:RBZWB:2025:7626

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 november 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
11854693 VV EXPL 25-36
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Van den Boom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:213 BWArt. 8.6 algemene voorwaarden ThuisvesterArt. 9.1 algemene voorwaarden Thuisvester
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting tot tuinonderhoud door huurder en machtiging verhuurder bij nalatigheid

Thuisvester verhuurt een woning aan de huurder die haar verplichtingen uit de huurovereenkomst en algemene voorwaarden niet nakomt door het nalaten van tuinonderhoud. Diverse pogingen van verhuurder om tot een oplossing te komen zijn gestrand. De tuin verkeert in verwaarloosde staat, wat de leefbaarheid en het straatbeeld schaadt.

De huurder voert verweer met persoonlijke en principiële argumenten, waaronder het recht op leven van planten en psychische kwetsbaarheid. De rechtbank stelt echter dat de verplichting tot onderhoud een objectieve verplichting is voortvloeiend uit de huurovereenkomst en wet, ongeacht persoonlijke opvattingen of burengeschillen.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering voldoende aannemelijk is en dat een gedragsaanwijzing en machtiging aan verhuurder passend zijn om verdere verloedering te voorkomen. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen wegens onvoldoende belang. De huurder wordt veroordeeld tot het verrichten van tuinonderhoud binnen twee weken en tot voortdurende onderhoudsverplichting gedurende de huurovereenkomst. Tevens moet zij de kosten van het onderhoud en de procedure betalen.

Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot het onderhouden van haar tuin en verhuurder krijgt machtiging om onderhoud uit te voeren bij nalatigheid.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11854693 \ VV EXPL 25-36
Vonnis in kort geding van 5 november 2025
in de zaak van
STICHTING THUISVESTER,
te Oosterhout,
eisende partij,
hierna te noemen: Thuisvester,
gemachtigde: mr. M.C.E. Wirken,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. F. Ergec.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 oktober 2025 met producties,
- het e-mailbericht van Thuisvester met een productie,
- het e-mailbericht van [gedaagde] met producties,
- de mondelinge behandeling van 22 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van mr. F. Ergec.

2.De feiten in het kort

2.1.
Thuisvester verhuurt de woning aan [adres] aan [gedaagde] . Op de huurovereenkomst zijn de algemene voorwaarden van Thuisvester van toepassing. Op 29 januari 2021 stelde Thuisvester voor het eerst vast dat de voortuin van de woning van [gedaagde] een verwaarloosde indruk maakte. Zij heeft [gedaagde] hierover geïnformeerd. In 2022 heeft Thuisvester vervolgens tweemaal geprobeerd het tuinonderhoud te laten uitvoeren, onder meer door “De Helpende Hand”. In 2025 heeft Thuisvester opnieuw geprobeerd contact te leggen met [gedaagde] , dan wel met haar gemachtigde, om tot een oplossing te komen in de vorm van het uitvoeren van onderhoud. Hierop is afwijzend gereageerd.

3.Het geschil

3.1.
Thuisvester vordert uitvoerbaar bij voorraad:
I. [gedaagde] te veroordelen om, binnen twee weken na betekening van dit vonnis, de navolgende werkzaamheden in zowel de voor- als achtertuin van de woning te verrichten:
a. het onkruid verwijderen tussen tegels van opritten, toegangspaden en terrassen en verwijderd houden;
b. het gras maaien en gemaaid houden;
c. heggen, hagen en ópschietende bomen in de voor- en achtertuin snoeien en gesnoeid houden;
d. beplanting die is doodgegaan verwijderen en verwijderd houden, zodanig dat de tuin een verzorgde indruk maakt en geen overlast of schade veroorzaakt aan omwonenden of het gehuurde;
een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van €100,00 voor elke dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] , al dan niet gedeeltelijk in gebreke blijft aan deze verplichtingen te voldoen met een maximum van €500,00;
II. [gedaagde] te veroordelen om, zolang de huurovereenkomst voortduurt, de onder I genoemde werkzaamheden in de voor- als achtertuin van de woning steeds opnieuw te verrichten, een en ander op straffe van een dwangsom van €100,00 voor elke dag of gedeelte daarvan dat [gedaagde] in gebreke blijft aan deze verplichtingen te voldoen met een maximum van €500,00;
III. Thuisvester een machtiging te verlenen om de werkzaamheden als genoemd onder I zo nodig zelf uit te voeren of uit te laten voeren aan [adres] , steeds wanneer [gedaagde] in gebreke blijft met de nakoming van de verplichtingen als genoemd onder I;
IV. [gedaagde] te veroordelen om alle kosten samenhangende met het (laten) verrichten van de werkzaamheden als genoemd onder III aan Thuisvester te voldoen;
V. [gedaagde] te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
Thuisvester legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] schiet tekort in de nakoming van de huurovereenkomst door zich niet als een goed huurder te gedragen. Haar tuin is namelijk verwilderd en moet nodig worden onderhouden. Thuisvester heeft verschillende pogingen ondernomen in contact te treden en waar nodig te helpen, maar dit heeft tot op heden niet tot resultaat geleid. Er is dan ook een gedragsaanwijzing/machtiging noodzakelijk om verdere verstoring van de woonomgeving te voorkomen.
3.3.
[gedaagde] voert gemotiveerd verweer en benadrukt dat deze zaak voor haar een principiële kwestie is. Zij stelt dat de planten, bomen en het gras in haar tuin eveneens een recht op leven hebben. Het door Thuisvester gewenste tuinonderhoud beschouwt zij daarom als een vorm van “moord”. Daarnaast voert [gedaagde] aan dat de klagende buurman een bemoeizuchtig persoon is en dat er feitelijk sprake is van een burengeschil. Volgens haar vreest de buurman dat zijn woning in waarde zal dalen en probeert hij daarom Thuisvester voor zijn karretje te spannen. Van daadwerkelijke overlast of hinder is volgens [gedaagde] geen sprake. Tot slot wijst zij erop dat een eventuele veroordeling tot het verrichten van tuinonderhoud voor haar onevenredig nadelige gevolgen zou hebben. [gedaagde] is psychisch kwetsbaar en vreest dat ingrijpen in haar tuin haar psychische gesteldheid zal verslechteren en daarmee een gezondheidsrisico voor haar oplevert.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisend belang
4.1.
De kantonrechter stelt vast dat Thuisvester een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Zij ontvangt met regelmaat meldingen over de staat van de tuin bij de woning van [gedaagde] . Van Thuisvester kan, gelet op haar verantwoordelijkheid als sociale verhuurder voor de leefbaarheid in de wijk, niet worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Het geschil zal daarom inhoudelijk worden beoordeeld.
Inhoudelijk
4.2.
In dit kort geding dient te worden beoordeeld of de vordering in een eventuele bodemprocedure zodanige kans van slagen heeft dat vooruitlopen daarop gerechtvaardigd is. Gelet op het voorlopige karakter van deze procedure is geen plaats voor uitvoerig feitenonderzoek of bewijslevering. De kantonrechter baseert zijn oordeel dan ook op de feiten die zijn erkend, onweersproken zijn gebleven of voorshands aannemelijk zijn geworden.
4.3.
Op grond van artikel 7:213 BW Pro is een huurder verplicht zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als een goed huurder te gedragen. Dat betekent onder meer dat de huurder zorgdraagt voor een ordentelijk gebruik van de woning en voorkomt dat omwonenden overlast ervaren. Deze verplichting omvat ook het onderhouden van de voor- en achtertuin, zodanig dat deze een verzorgde indruk maakt. Dit volgt eveneens uit de artikelen 8.6 en 9.1 van de algemene voorwaarden van Thuisvester.
4.4.
Thuisvester heeft haar stellingen onderbouwd met foto’s van de voor- en achtertuin van de woning van [gedaagde] en met verklaringen van omwonenden die hun beklag doen over de staat van de voor- en achtertuin. De foto’s schetsen het beeld van een tuin die al langere tijd niet is onderhouden. Zo is op de foto’s te zien dat de garage/schuur achter de woning als gevolg van hoog opgeschoten onkruid niet (dan wel moeilijk) bereikbaar is en dat sommige planten tot boven de deur uitkomen. Daarmee heeft Thuisvester naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat de tuin geen verzorgde indruk maakt en dat dit, mede gelet op de ligging van de woning in een woonwijk, afbreuk doet aan het straatbeeld en de leefbaarheid in de directe omgeving.
4.5.
De kantonrechter overweegt verder dat de verplichting om de tuin te onderhouden een (objectieve) verplichting is die rechtstreeks voortvloeit uit de huurovereenkomst, de algemene voorwaarden van Thuisvester en de wet. Persoonlijke opvattingen over het beheer van de tuin kunnen daaraan niet afdoen. Evenmin is relevant of omwonenden al dan niet (terecht) klachten hebben geuit en of wel of geen sprake is van een burengeschil; het gaat erom dat [gedaagde] gehouden is het gehuurde in verzorgde staat te houden en te voorkomen dat de omgeving daardoor qua aanzien wordt geschaad.
4.6.
Voor zover wordt betoogd dat (feitelijke) overlast ontbreekt, overweegt de kantonrechter dat goed huurderschap niet uitsluitend ziet op het voorkomen van hinder, maar ook op het behoud van een verzorgde en ordelijke uitstraling van de woonomgeving. Bovendien rust op Thuisvester als sociale verhuurder de verantwoordelijkheid om verloedering tegen te gaan en de leefbaarheid in de wijk te waarborgen.
4.7.
De kantonrechter is van oordeel dat het betoog dat [gedaagde] psychisch kwetsbaar is en dat zij daarom bij toewijzing van de vordering onevenredig in haar belangen zou worden geschaad als onvoldoende onderbouwd moet worden verworpen. In dat verband is ook van belang dat ter zitting is gebleken dat [gedaagde] begeleiding op psychisch vlak.
gedragsaanwijzing/machtiging
4.8.
Op grond van het voorgaande is naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk dat [gedaagde] haar verplichtingen uit de huurovereenkomst niet nakomt. De kantonrechter overweegt tegen deze achtergrond dat de gevorderde gedragsaanwijzing naar zijn voorlopig oordeel een aangewezen middel is om tegen de hinder door de onverzorgde tuin van [gedaagde] op te treden.
4.9.
De kantonrechter zal Thuisvester machtiging verlenen om de werkzaamheden als genoemd in overweging onder I zo nodig zelf uit te voeren of uit te laten voeren aan [adres] , steeds wanneer [gedaagde] in gebreke blijft met de nakoming van die verplichtingen.
dwangsom
4.10.
De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen. De met deze beslissing te verlenen machtiging biedt Thuisvester reeds voldoende zekerheid dat het benodigde onderhoud, zo nodig, kan worden uitgevoerd. Er ontbreekt dan ook een belang voor Thuisvester bij dit deel van haar vordering.
proceskosten
4.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Thuisvester worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
958,45

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de navolgende werkzaamheden in zowel de voor- als achtertuin van de woning te verrichten:
a. het onkruid verwijderen tussen tegels van opritten, toegangspaden en terrassen en verwijderd houden;
b. het gras maaien en gemaaid houden;
c. heggen, hagen en ópschietende bomen in de voor- en achtertuin snoeien en gesnoeid houden;
d. beplanting die is doodgegaan verwijderen en verwijderd houden, zodanig dat de tuin een verzorgde indruk maakt en geen overlast of schade veroorzaakt aan omwonenden of het gehuurde;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om gedurende de looptijd van de huurovereenkomst de onder 5.1. genoemde werkzaamheden steeds opnieuw te verrichten,
5.3.
verleent Thuisvester een machtiging om de onder 5.1. genoemde werkzaamheden zelf te (laten) voeren wanneer [gedaagde] (op enig moment) in gebreke blijft met de nakoming van de verplichting, genoemd onder 5.1,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] om alle kosten samenhangende met het (laten) verrichten van de werkzaamheden, zoals genoemd onder 5.3., aan Thuisvester te voldoen,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 958,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Boom en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2025.