ECLI:NL:RBZWB:2025:7628

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
7 november 2025
Publicatiedatum
7 november 2025
Zaaknummer
23/3973
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van bezwaar tegen WOZ-beschikking

Belanghebbende maakte bezwaar tegen een WOZ-beschikking betreffende een onroerend goed, maar trok dit bezwaar later uitdrukkelijk in. Desondanks behandelde de heffingsambtenaar het ingetrokken bezwaar en verklaarde het niet-ontvankelijk. De rechtbank oordeelt dat zodra het bezwaar onherroepelijk is ingetrokken, het bezwaar niet meer aanhangig is en het bestuursorgaan niet bevoegd is om daarop een uitspraak te doen.

De rechtbank benadrukt dat op grond van artikel 7:1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht eerst bezwaar moet zijn gemaakt tegen het primaire besluit voordat beroep kan worden ingesteld. Omdat belanghebbende beroep instelde zonder dat er een geldig bezwaar was, is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

De uitspraak is gedaan zonder zitting op basis van artikel 8:54 Awb Pro en is openbaar gemaakt. Partijen kunnen binnen zes weken een verzetschrift indienen indien zij het niet eens zijn met deze beslissing.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat geen bezwaar is gemaakt tegen het primaire besluit.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 23/3973

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats 1], belanghebbende,

(gemachtigde: [gemachtigde]),
en
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking West-Brabant,de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 28 juli 2023. Bij de uitspraak op bezwaar heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, omdat alvorens het instellen van beroep niet eerst de bezwaarprocedure is doorlopen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Motivering

3. Niet in geschil is dat belanghebbende bij brief van 4 april 2023 bezwaar heeft gemaakt tegen de WOZ-beschikking betreffende het object [adres] te [plaats 2] en dat belanghebbende dit bezwaar bij brief van 4 juli 2023 uitdrukkelijk en ondubbelzinnig heeft ingetrokken. Ondanks dat het bezwaar is ingetrokken heeft de heffingsambtenaar abusievelijk het (ingetrokken) bezwaar van belanghebbende behandeld en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
3.1.
De rechtbank neemt in overweging dat indien onherroepelijk vaststaat dat het bezwaar is ingetrokken, het bezwaar niet langer aanhangig is en de heffingsambtenaar niet langer bevoegd is om daarop een uitspraak te doen. De door de heffingsambtenaar gedane uitspraak kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden aangemerkt als uitspraak op bezwaar, omdat geen sprake is van een door belanghebbende ingesteld bezwaar tegen het primaire besluit ( de WOZ-beschikking).
Op grond van artikel 7:1 Awb Pro dient alvorens beroep wordt ingesteld, eerst bezwaar te zijn gemaakt bij het bestuursorgaan dat het primaire besluit heeft genomen. Nu belanghebbende beroep heeft ingesteld, terwijl hij geen bezwaar heeft gemaakt tegen het primaire besluit, is het beroep, gelet op het bepaalde in artikel 7:1 Awb Pro niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van F. de Jong, griffier, op 7 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.