Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het vermeend handelen in strijd met een gesloten verklaring op de Boulevard Evertsen in Vlissingen op 13 augustus 2022. Betrokkene stelde in het beroepschrift dat hij de gedraging niet heeft verricht en dat de verklaring van de verbalisant onjuistheden bevatte. Hoewel betrokkene niet op de zitting verscheen, werden omstandigheden aangevoerd door een vriend die een soortgelijke boete had ontvangen. Deze omstandigheden wezen erop dat betrokkene en zijn vrienden na toestemming van een verkeersregelaar hun motoren stilzetten en gedurende 40 minuten niet werden aangesproken, terwijl de verbalisant niet gezien werd.
De officier van justitie kon geen bevredigende antwoorden geven op aanvullende vragen over het proces-verbaal, waardoor de kantonrechter het voordeel van de twijfel aan betrokkene gaf. Gezien de onduidelijkheden en het ontbreken van sluitend bewijs achtte de kantonrechter onvoldoende grond om de gedraging vast te stellen.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete en de beslissing van de officier van justitie vernietigd, en werd de officier van justitie opgedragen het betaalde bedrag van €109,- terug te betalen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is gegrond verklaard en de boete is vernietigd.