Op 21 juli 2025 mishandelde verdachte een GGZ-verpleegkundige door hem tegen de arm te slaan en tegen het scheenbeen te schoppen, wat letsel veroorzaakte. De mishandeling werd bevestigd door een getuige en ondersteund met fotobewijs. Verdachte voerde noodweer en putatief noodweer aan, maar de rechtbank verwierp deze verweren omdat verdachte de agressor was.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het strafverzwarende feit dat de mishandeling tegen een ambtenaar in functie was gericht, omdat verdachte niet onder een rechterlijke machtiging of forensisch kader viel en er geen toezichthoudende rol van de overheid was. Verdachte werd strafbaar verklaard voor de mishandeling.
Gezien het uitgebreide strafblad en het recidivegevaar, alsmede het ontbreken van motivatie voor gedragsverandering, legde de rechtbank een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar op. De maatregel is noodzakelijk om gedragsverandering te bewerkstelligen en herhaling te voorkomen. De tijd in voorarrest wordt niet in mindering gebracht om verdachte voldoende tijd te geven zijn problemen aan te pakken.