Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 21 oktober 2025,
- de pleitaantekeningen van [eiser] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van een strook grond die kadastraal op zijn naam staat, maar door gedaagde wordt gebruikt voor het parkeren van auto's. Gedaagde stelt eigenaar te zijn geworden door bevrijdende verjaring of dat er een erfdienstbaarheid is ontstaan. De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van spoedeisend belang en of de vordering in kort geding kan worden behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft en dat de vordering geschikt is voor kort geding. Vervolgens wordt inhoudelijk beoordeeld of gedaagde door bezit gedurende twintig jaar eigenaar is geworden. Uit de overgelegde stukken blijkt dat gedaagde het perceel in een eerdere periode heeft gehuurd en daarmee het bezit erkende voor een ander. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van onafgebroken bezit gedurende twintig jaar of een erfdienstbaarheid.
Daarom wordt de vordering tot ontruiming toegewezen. Gedaagde wordt veroordeeld om binnen zeven dagen het perceel te verlaten en ontruimen, onder dreiging van een dwangsom. Tevens wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten, proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van de percelen en betaling van dwangsom, kosten en rente.